zondag 12 juni 2016

Mein Herz brennt

"Je schrijft geen nieuwe berichten meer."
"Niet als ik gelukkig ben. Dat is niet interessant om te lezen. Laat ons dus maar hopen dat het lang duurt eer ik iets te schrijven heb."

zei ik zo'n twee maanden geleden. Sindsdien heb ik effectief mijn toetsenbord stof laten vergaren en slechts een paar kleine, pietluttige teksten bedacht om toch wat leven in mijn blog te typen. Geen enkele frustratie, treurnis, woede of teleurstelling was groot genoeg om het van me af te moeten schrijven.

(Zet Beethovens vijfde maar op)

Tot nu.

Mijn eerder uitgeschreven conversatie vond plaats in een chique appartement in Brussel. Statige, hoge muren, keurig wit gekalkt. Gordijnen die op maat gemaakt zouden moeten worden om de bijpassende ramen volledig te kunnen bedekken. Art nouveau-vloertje waar mijn moeder dol op zou zijn. Wegens recente verhuizing en tijdelijk gebrek aan een zetel, zaten Rex en ik op zijn bed een beetje onbekommerd gelukkig te wezen.

Hij had me online aangesproken. Blog gelezen. Interesse gewekt. Date? Met plezier.

Ik treinde naar onze Europese smeltkroes van een hoofdstad. Betaalde vervoerskosten voor de tram. Stapte af bij de vooraf meegedeelde halte. Zag niemand. Wandelde een paar meter verder. Keek naar een dichterbijkomend heerschap en voelde intuïtief aan dat de deuteragonist gearriveerd was.

Rex woonde samen met zijn roommate, en met z'n drieën brachten we de avond door, babbelend over muziek, platen draaien, verder converseren over muziek, platen omdraaien, muzieksmeningen delen, platen in hoezen steken, onderwerp naar games wijzigen, nieuwe plaat opleggen... Je zou kunnen stellen dat ik er een beetje voor spek en bonen bijzat - muziek is niet mijn dada, remember - maar toch vond ik het een reuzeleuke avond. Muziek, joints, twee heren die interesse in u tonen... wat behoeft een jongedame nog meer? 
Wegens de poezelige gevolgen van een fles whisky de dag voordien zat mijn date er tamelijk stilletjes bij en was het zijn roommate die poogde me intellectueel te imponeren, which he kinda did, maar het ontbrak hem aan de fysieke aantrekkingskracht die Rex wèl had. Met hem had ik die avond ironisch genoeg amper gesproken, maar ik voelde dat het goed zat. Toch voor een nachtje.

En toen keek ik terloops naar hem en voelde ik uit de in maagzuur verdronken assen van mijn hart feniksvlinders ontpoppen.

Tiens.

Met spijt vertrok ik van onze eerste date, om het volgende weekend volledig met hem te spenderen, net zoals het weekend erna, en erna, en erna, et cetera. We dansten en rookten en vreeën en dronken en gameden en ik was gelukkig. Zelfs toen ik besefte dat hij, hij die op onze eerste date zijn verachting jegens dramaqueens ondubbelzinnig hard geuit had, zelf constant muggen tegen zijn lippen aandrukte om hen tot olifanten op te blazen. Hij. Kon. Zagen. Maar dan ook echt onevenredig hard bij elke pietluttigheid die niet volgens zijn wens verliep. 

Dat was een mindere, maar ik kon er nog mee leven.

Toen bleek dat iemand zijn vaatje geduld kapot had geslagen. Naast the usual 'geen tijd verspillen' en 'zo snel mogelijk ergens willen zijn', betekende dit ook concreet dat hij verwachtte dat je, als hij één keer iets had uitgelegd, dat direct onthouden had. Zo niet, tja, dan was er weer reden voor een mug om naar zijn lippen te zoemen.

Dat was ook niet zo aangenaam, maar... çava, çava.

Rex gaf de eerste dates nog complimentjes, tot ook dat vaatje omgestoten en uitgegoten was. Vanaf dan werd er enkel veelvuldig ongefilterde kritiek mijn kant op getrompetterd.

Dat kan ook niet prettig genoemd worden, maar het bleef doenbaar. Zeker omdat ik ook bereid was mijn verantwoordelijkheid op te nemen - dit wil zeggen: durven communiceren. Het zeggen als je iets niet prettig vindt. En, eerlijk is eerlijk, hij heeft effectief moeite gedaan zich te beteren.

Alleen vandaag is hij dat een heel klein onbenullig tikkeltje vergeten te doen.

Hij zat, voor de verandering, eens bij mij. De ochtend was redelijk goed verlopen, buiten wat gezaag van zijn kant, maar bon ja, c'est la vie. Tot zijn roommate belde. Ik hoorde genoeg woorden doorsijpelen om te verstaan dat er of een malloot per ongeluk hun appartement in was gesukkeld of dat een onbetrouwbaar sujet expres binnen was gebroken en mogelijks dingen ontvreemd had. 
Genoeg woorden om te begrijpen dat Rex naar zijn appartement zou willen, as soon as possible, dus ik ging mijn spullen al bijeenscharrelen zodat we geen tijd zouden verliezen en ik geen gezaag over mij heen zou krijgen over verloren tijd. We vertrokken effectief stante pede naar Brussel: hij kroop in zijn auto, zette de gps aan - fijn, dacht ik, nu krijg ik al zeker geen gezaag te aanhoren dat ik de gps verkeerd hang of te traag ben - en reed achteruit de oprit af. Ik keek zo aandachtig mogelijk naar naderend verkeer, want daar had hij voorgaande keren over lopen drammen en ik wou hem geen enkele reden geven om boos te worden. 

"Rechts of links?", vroeg hij.
Rechts of links?, dacht ik. Wat is er rechts of links?
"Wat?", vroeg ik.
"Rechts of links?", vroeg hij opnieuw, en aan de korzeligheid van zijn stem viel op te maken dat ik best zo snel mogelijk het juiste antwoord op kon dissen als ik zijn gezaag beperkt wilde houden - het volledig vermijden, daar was het in deze fase al te laat voor. Dus ik werd, uiteraard, ongelooflijk zenuwachtig terwijl ik me koortsachtig afvroeg the fuck er nu rechts of links was. Hij had zijn gps toch? Dus, dan moest het wel gaan over het naderend verkeer, toch?
"Ik kijk naar rechts", antwoordde ik, volledig onzeker over de juistheid of zelfs nog maar het bestaansrecht van mijn antwoord. Als hij mijn antwoord dom vond, dan zou hij dat zeer duidelijk en zeer geërgerd en zeer frequent laten weten - een wetenschap die me sowieso zou kwetsen, en die ik daarom absoluut vermijden wou. Dus ik kreeg stress die mijn gedachten nog meer vertroebelden en ik hoopte zo hard dat ik het juist had, dat hij niet boos op me zou zijn, of slechts een beetje, een vergeefbaar beetje boos.
Zijn mond produceerde zuchten en inhoudsloze klanken die duidelijk maakten dat mijn tijd er bijna op zat. Nog een paar seconden en het kwade, teleurgestelde, geërgerde gezaag zou losbarsten en me pijn doen. Waarom blijft hij die ene zin herhalen als duidelijk is dat ik hem niet begrijp? Hoe kan ik het zo goed doen?

Rex drukt loeihard op zijn gaspedaal, draait naar links, beseft dat hij naar rechts had gemoeten en braakt al zijn opgeslagen woede brullend over me uit. Voor vijf minuten lang schreeuwt, maar dan ook echt SCHREEUWT hij me toe wat een nutteloze co-chauffeur ik ben, hoe lomp het wel niet is om zoiets simpels als 'rechts of links' afslaan.. dat wou 'ie weten... rechts of links afslaan niet te kunnen beantwoorden, in mijn eigen straat godbetert, compleet nutteloos, dat je zoiets nog niet kunt waarom zei hij niet gewoon 'rechts of links afslaan?' waarom hielp hij niet? godverdomme, beseft ge dan wel niet wat voor haast ik heb, moet je me echt kloten nu, godverdomme, zo nutteloos
Ik schrik en slik en probeer 'de wijze' te zijn, like mommy told me so, en zeg met mijn stem, mijn arme, bange stem, zo rustig mogelijk dat ik begrijp dat hij gestresseerd is, maar dat hij dat niet op mij af moet reageren.
Gestresseerd, the fuck heeft dat er mee te maken, als gij nu eens doet wat er gevraagd wordt, zoveel was dat toch niet, of ja, blijkbaar wel, rechts of links, meer niet, da's alles, maar toch lukte het niet, zo nutteloos, en dat in uw eigen wijk, die gps kan toch niet weten welke kant we op moeten als we op een afrit staan, hoe kunt ge da nu nie weten, zoveel tijd verloren

Ik breek en krimp en blijf onder zijn woorden breken en krimpen. Ik wil huilen. Een traan ontsnapt. Nee. Dat genoegen mag je hem niet geven. Hard zijn. Terugvechten. Mijn gezicht verstrakt en ik schreeuw hem toe, met een stem waar woede angst even onder zijn hoede heeft genomen, dat het zou helpen als hij geen debiele vragen zou stellen, hij zag toch dat ik het niet begreep, spreek dan toch in volzinnen. Debiele vraag, rechts of links, da's geen debiele vraag, iedereen begrijpt die vraag, iedereen behalve gij, niet mijn fout dat gij zoiets simpels niet kunt

Ik voel me heel klein.
Heel nutteloos.
En bang. 
Bang van de woede die naast me zit en me zo probleemloos kwetst en kwetst en kwetst. Zelfs als hij stopt met roepen en zijn gezicht weer zijn normale kleur aanneemt - wat ik veronderstel, want ik durf en wil hem niet aankijken - probeer ik me zo onzichtbaar mogelijk te maken. Dit is niet goed. Je weet dat het niet oké is. Je onzichtbaar maken. Zo uitgekakt worden. Dit. Is. Niet. Oké. 
Ik wacht op een verontschuldiging. Iets waardoor ik weet dat ik mijn mening over zijn gedrag kan uiten zonder zout op eigen wondes te strooien. Tot dat moment lik ik ze dan maar wat, huil een beetje, wacht en krijg:

Wilt ge mijn moeder bellen? Ziet da ge wel normaal spreekt nu.
Wilt ge me helpen met de weg of moet ik het weer allemaal alleen doen? 
Ge moogt nu ook meezoeken achter een parkeerplaats, hoor, zodat ik niet weer op een gehandicaptenplaats sta wanneer ik vermoeid en uitgeput aan het rijden ben.

...
Beseft hij echt niet hoeveel pijn hij me heeft gedaan?
...

In stilzwijgen komen we aan in zijn appartement. Ik probeer zijn blik te ontwijken, wandel zo onzichtbaar mogelijk de trap op en snel direct naar het toilet. Eindelijk kan ik een beetje alleen zijn en veilig en mezelf, zonder de hele tijd gekleineerd en geïntimideerd te worden, en ik plas en huil en er vallen tranen op de grond en ik vraag me af of hij erover zou zagen en ik hou me stil als ik zijn voetstappen hoor en snik en snodder verder als ze weer zijn vertrokken. Ik wil hier blijven. Kan niet. Straks zaagt hij dat je er te lang op zit en wat zeg je dan? 'Sorry, ik ben even aan het huilen hier, just a minute'? Dacht het niet. Ik hoor hem weer passeren, verlaat mijn safe zone om naar, ja, waar te gaan? Het raam. Dan ziet hij je gezicht niet. Ik sta voor het raam, draai mijn armband in mathematische ritmes heen en weer, want herhaling werkt altijd kalmerend, en bedenk me dat zijn brooddoos in mijn tas zit. Je bent in staat om weg te rennen nu. Vluchten. Veel heb je niet meer nodig, en dan ben je foetsj, ribbedebie. En zijn brooddoos dan? Die heeft hij wel nodig.

Ik stap doelbewust richting handtas, bots bijna tegen Rex en eindelijk heeft hij een beetje in de mot dat er iets niet in orde is met dat gekke kind dat al wekenlang alle weekends bij hem zit en waar hij iedere vorm van connectie mee ontkent. Hij slaat zijn armen om me heen en drukt zo alle gebroken hartendeeltjes tegen elkaar, die dan natuurlijk uit elkaar spatten. Ik huil. Verman je. Je ziet er belachelijk uit. Ik slik en probeer mijn gezicht zo goed mogelijk neutraal te houden. Hij vraagt wat er is. Ik zou hem voor zijn kop moeten slaan, maar ik leg het uit. Hij excuseert zich, knuffelt en kust me zachtjes en is lief en beminnelijk en aardig, tot hij beseft dat het niet volstaat. Dat ik er nog steeds als een armetierig verkreukeld vodje bij zit. Dus hij probeert het rationeel aan te pakken.

"Ja, oké, ik zal zien om u minder te kwetsen, maar dan moet ge ook wel te goei op de vragen antwoorden. Rechts of links, als gij toen gewoon geantwoord had, dan hadden we nu ook geen probleem."

Wut? Seriously, wut? Wutwutwutwutwut? WUT?

Hierna volgde een vicieus cirkeldiscussietje waarin hij niet wou inzien dat een mens niet dient om tegen geschreeuwd te worden en ik niet wou inzien dat dit allemaal mijn fout was, omdat ik zijn vraag niet begreep. Memorabel moment:

Ik: "PUNT IS DAT GE NIET ZO SCHREEUWT TEGEN MENSEN. DAT DOET GE NOG NIET TEGEN EEN HOND!"
Hij: "EEN HOND IS EEN INTELLIGENT DIER, DA WEET TENMINSTE WAT RECHTS OF LINKS IS!"

Ik geloof dat er toen iemand de trap is afgestormd, net niet struikelde, haar naam achter de dichtgegooide deur schallend door de hal ik wil terug, echt, ik wil, maar ge hebt iets gezegd dat niet kon, dus nu moet ik weg de deur opendeed en wegrende, in onbekende richting, hyperventilerend en bleitend dat het geen naam heeft.

Zo'n vijf huizen later werd ik tegengehouden door een vrouw, een lieve, sympathieke schat van een vrouw - en ik bedacht me dat Rex zou zagen dat ze lelijk was. Ik was in zo'n staat van emotionele ontbinding dat ze zich door haar humaniteit verplicht voelde te helpen en me binnen pakte, in het artistieke huis van haar vriendin. Van hen kreeg ik knuffels en een stukje pizza en thee en een yoghurtje en nog meer thee en, het allerbelangrijkste: een sneufje empathie. Ze herinnerden me aan het besef dat me liet wegrennen: het is niet oké om zo behandeld te worden. Absoluut niet oké. Een liefje dat cool is en uw persoonlijkheid (on)gewild verpulvert, is niet cool. Een liefje dat tegen je roept of je uitscheldt omdat je een fout maakt, zo'n kleintje dan nog wel, is niet cool. Wat gaat die doen als je eens iets breekt van hem? En hij heeft je niet eens gebeld toen je in jouw staat het huis uitgerend was in een stad waar je niemand kent? Wat een klootzak.

Ik slik en denk: nee. 
Nee, hij is geen klootzak, hij gedraagt zich als een. Ik heb in zijn ogen gekeken en zijn persoonlijkheid gezien. Zijn kern is zacht en lief en zo, zo, zoooo beschadigd. Daarom heeft hij zich omhuld met woede. En die woede heeft vandaag gewonnen.

Dus nu vraag ik je: Was het een slag of de oorlog?
Als het de oorlog is, dan zal ik je bewaren in mijn geheugen, je daar af en toe uit opvissen, het geluk dat we eventjes gekend hebben zachtjes aaien en treurig worden. En bezorgd. 
Als het een slag is, dan ben jij nu aan de beurt. Maar god, wees verzekerd dat ge goede kaarten zult mogen leggen.

Kies.

dinsdag 31 mei 2016

Stakingshumor

Vandaag zijn er, like always, zoveel intrahumane trauma's voorgevallen dat we wederom decennia lang voorzien zullen worden van verhalen die zich onwrikbaar in ons zieltje en geheugen zullen nestelen. Zo zullen deze vrouwen op z'n minst met een zenuwachtig hart naar hun volgende festival vertrekken, ontneemt het gespuis uit onze eigenste Europese riolen meer dan een miljoen mensen het recht om enig plezier te maken, en een welkomsfeestje zit er voor deze opvarenden ook niet meer in. 
Gelukkig dat België nog voorzien is van enkele spoorbonden die ook ons perfecte, gezonnepaneeliseerde leventje in de mallemolen gooien. Klagen is immers hèt basisrecht van de Westerse kloot die de zinloosheid van eigen opinies begrepen heeft - en welk onderwerp leent zich nu beter tot een potje gratuit klagen dan uw trein die te laat is of, godbetert, afgeschaft? 

Hier dus mijn tragiek van deze week, als een appelsapje voornamelijk geconcentreerd op voorbije  vrijdag:

  • Mijn moeder belde mij maar liefst een kwartier vroeger wakker om te melden dat mijn trein dat uur verdwenen was van het spoornet. Ik moest weliswaar die van een uur later hebben, en die was reeds terug op de schermen verschenen toen ik het station binnen slenterde, maar toch. Dat kwartier. Een mens zou er zijn slaap nog voor laten.

  • Diezelfde dag wou ik na mijn werk naar een of ander achtergehuchtje om een of ander onbenullig underground-kaartspel te spelen met een massa andere losers die niets beters te doen hebben in hun leven. Dit tripje zou anderhalf uur geduurd hebben met de trein... mocht deze niet random afgeschaft zijn geweest. Vijf bussen en vier uur nam mijn reisje in deze vernieuwde omstandigheden in beslag. Al een geluk dat ik zo graag reis. En niet ongeduldig ben. En graag geld betaal voor de bus. En zwaar kick op het fysieke gevoel van stramme benen en volle blaas. Anders zou die avond toch wel zwaar klote zijn geweest. Zwaar. Klote.

  • Zondagavond durfde ik niet terug naar huis, uit angst om in een of ander boerengat, zoals Antwerpen of Mechelen, geklemd te raken. Hierdoor zag ik me genoodzaakt een nacht langer te overnachten in de liefde. Like I said, zwaar klote.

  • Maandagochtend was ik van plan mezelf een snipperdag cadeau te doen als de spoorbondgoochelaars mijn trein wederom onder hun rood hoesje zouden laten verdwijnen. De act begon veelbelovend, met een vertrek van onder andere mijn trein dat nog te bepalen was, maar uiteindelijk reed ik in een probleem- en zelfs vertragingsloze anticlimax mijn werk binnen.

Dit zijn allemaal voorbeelden van onaangekondigde stakingshizzle. Vandaag was het echter de reeds lang aangekondigde Algemene Staking, een dag waarop je kunt verwachten dat je fiets spontaan platte banden krijgt, opdat 'ie ook maar even mee aan de kant mag hangen met de coole transportvoertuigen. Reken niet op trein, vergeet de bussen en trek uw plan, werd er door het land gefluisterd. Dus ik zette mijn wekker een uur vroeger om met iemand te kunnen carpoolen en ik trommelde mijn vader, die als volwaardig NMBS-medewerker zijn staking thuis aan het beleven was, op om me op te pikken. Enmoetenuwawete? 

Daar waar de auto in de file stond, reed mijn trein de hele dag fluitend door het land, zonder enige hinder.

Schweppes.

donderdag 21 april 2016

Omdat ik niets te vertellen heb

Mensen kicken op drama. 

Intrieste relatiebreuken, brute verkrachtingen, zinloze moorden, vaders die hun zonen ontmannen, hun dochters wurgen en de moeder op dit alles laten toezien. Dit laatste heb ik verzonnen, al zal het, de mensheid kennende, wel al gebeurd geweest zijn. Punt is dat enkel een hardcore beursbelegger de krant openslaat op zoek naar het economisch nieuws. De rest van ons laat zich leiden door sensatiezucht; andermans ondraaglijke lijden dat het onze zalven moet. 

Niemand die dit beter weet dan een schrijver. Elk literair meesterwerk is ontkiemd uit frustraties, teleurstellingen, wrok, onmacht, radeloosheid, gemis, jaloezie en nog wat casual verdriet, pijn en haat erbij. 
Life of Pi? Oorlog en Vrede? De Boekendief? Kartonnen Dozen? Tongkat? Eline Vere? Het Achterhuis? De Kapellekesbaan? Arnon Grunbergs fucking verachterlijke Tirza? 
Onze inktpot wordt met leed gevuld en daar druppelen we de woorden en zinnen uit die de dramatische vlek zullen vormen waar onze lezers zo naar hunkeren. En laat dat nu mijn probleem zijn, de reden waarom ik al enkele weken geen letter gepubliceerd heb:

Mijn inktpot is leeg. Of nee. Mijn inktpot is gevuld met de warmte van de eerste lentezon, glitterende schilfers van een roze eenhoornkont, diamanten hamsterstrontjes, de glinsters uit de ogen van het mooiste meisje dat je ooit gekust hebt en liefde, god, zoveel liefde dat je je zelfs zonder lentezon verwarmen kunt. 

Ik ben volkomen gelukkig.

Soms dwaal ik nog eens door mijn huis, het huis van de oma van Damian, het huis dat ik gekocht heb met de intentie er samen in te wonen, en ik zie haar dressoir en keukentafel, de een beplakt met vooroorlogse reclame-advertenties, de ander rustiek vanille beschilderd, maar ze staan er wel, en dan nog op identiek dezelfde plaats. Mijn whisky heeft haar Elixir d'Anvers verdrongen uit het linkse kastje. 
De keuken, totaal verbouwd, maar wel leunend tegen dezelfde muur als toen, mijn living ook gelijksoortig ingedeeld. En ik dwaal rond en bekijk alles wat ik tot nu toe kunnen redden heb van de vernielzucht van de wereld en wat het kapitalisme mij geschonken heeft, en als ik even stilsta, zie ik Damian verscholen in het stof en de plooien en hoeken en kantjes van veel van mijn spullen. 
Ik vis die ene mooie foto op waar we er allebei gelukkig opstaan, zelfs al gedroeg ik me die dag als een bitch en was hij razend op me, maar we staan er toch maar gelukkig op en ik voel me treurig en bedenk hoe ik dit visueel in beeld zou brengen mocht ik de film van mijn leven regisseren. Maar ik zoom weer uit, leg de foto en de herinneringen teder weg en ga voort met gelukkig te zijn.

Het weekend lijkt permanent door mijn leerlingen te razen, mijn wasmachine plast op de grond, de laminaat wobbelt, het pleisterwerk  scheurt zich los in de hoeken, mijn hamster is gestorven en opgezet, mijn kat gestorven en begraven en ik ben gelukkig.

Ik heb mijn geluk met een vriendin uitgegild in de snelste roetsjbanen van een pretpark. Ik heb mijn kaken op elkaar geklemd toen het geluk zich, deze keer eens als kleurig ratje, in mijn huid penetreerde. Ik heb mijn geluk herkend in de ogen van een mooie jongen en ik heb het zachtjes in zijn oren gezucht. Ik heb mijn geluk geproefd, gehalveerd en doorgegeven in de warme lippen van diverse mooie meisjesmonden.


Wees eerlijk. Wees nou eens verdomd eerlijk:
wordt jullie sensatiezucht bevredigd door te lezen hoe gelukkig ik ben? 

Ik peins van niet.


Wie een dieptreurig verhaal met de wereld te delen heeft en mij als kanaal wil gebruiken, be my guest. Op dit moment ziet het er toch naar uit dat ik, jammer genoeg, weinig te vertellen zal blijven hebben.

zondag 3 april 2016

Een toefje huiselijk geluk

Er was eens een meisje dat qua uiterlijk heel erg op deze bevallige blogster leek. Ze was alleszins een beetje groter, een beetje slanker, en de zandzakjes onder haar ogen bengelden nog een beetje harder door. Namen, gebeurtenissen en babyfoto's van de twee werden frequent doch onopzettelijk met elkaar verward. 
Het meisje was lief en braaf en aardig. Op het moment dat haar lichaam zin had volwassen te worden, besloot haar geest dat het veiliger was een meisje te blijven dan uit te groeien tot een dame. En zo geschiedde.

Toen het meisje zeventien jaar oud was, verpande ze haar hart aan een jongen die mogelijks nog liever, braver en aardiger was. Hij was een beetje simpel van geest, dat moet gezegd - wat dan ook quasi wekelijks gebeurde in het eigen gezin, gepaard met meer minachting, teleurstelling en woede dan nodig was geweest. Dat hun dochter namelijk ook een beetje simpel van geest genoemd mocht worden, werd verzwegen. Eigen kind, mooi kind. Er zou wel wat beters op de markt komen. 
De exacte reden is me onbekend, maar opeens was ze weer de zee in gedoken om samen met de extra vissen het wachten op al zwemmend te verdrijven. Kwam het door de verachting van haar ouders? Kwam het doordat zijn ouders die verachting konden ruiken, als het bedufte aroma van andermans kontzweet op jouw kant van het bed? Eigen kind, mooi kind. Feit is dat het meisje opeens thuis bleef, de rekening van verstuurde sms'en en telefoontjes drastisch verminderde en het aantal ruzies betreffende partnerkeuze abrupt stopte. Again, er zou wel wat beters op de markt komen. En zo geschiedde.

Op een of ander evangelisch festival - ja, die bestaan - liep ze hem tegen het lijf. Een pak ouder dan haar, een pak dikker, maar met een even fletse schijn in de ogen. Persoonlijk verkies ik het mensen te mijden wanneer de levenslust niet uit hun ogen knalt als het vuurwerk aan de start van het tweede millennium, maar dit is niet mijn verhaal. 

Feit is dat het meisje opeens vaker wegging, de rekening van verstuurde sms'en en telefoontjes drastisch steeg en het aantal ruzies betreffende partnerkeuze abrupt weer oplaaide, deze keer gepaard met de gepaste minachting, teleurstelling en woede. Sommige mensen schreeuwen nu eenmaal woordeloos hun verrotte persoonlijkheid uit. 
Haar nieuwe vlam was bruut, bot en lomp. Als hij een kamer betrad, drupte de ingehouden negativiteit van zijn vel om als verdampte afschuw door ons geïnhaleerd te worden. Iedereen voelde zich opgelucht als hij vertrok - alsof men weer ademen kon. Iedereen, behalve het meisje. 
Of ze echt van hem hield is twijfel -of in elk geval raadselachtig, doch ze bleef zijn gezelschap opzoeken. Hij wou dat ze kwam? Ze vertrok. Hij wou dat ze bepaalde woorden van zijn vel schraapte en naar ons wierp? Ze smeet zijn waardenloze woordenboeken in ons gezicht. Hij wou dat ze trouwden? Ze liep mee naar het altaar en verpletterde ieders laatste hoop door 'Ja' te antwoorden. 

Eindelijk was ze vrij genoeg om de ene verstikkende ruimte voor de andere in te wisselen.

Hij wou dat ze stopte met de pil. Ze kreeg kinderen. Hij wou haar geld gebruiken voor zijn aankopen. Ze liet haar rekening pluimen. Hij wou dat ze opnieuw startte met de pil. De zwangerschappen bleven weg.

Het leven kan betrekkelijk eenvoudig zijn.

Al gebeurde er af en toe eens een misverstand. Het meisje dat zich liet verleiden door de aardige woorden die een vreemde man haar online toe strooide. Het meisje dat met een bloedend gezicht haar ouders te hulp riep. Gescheurde tafelbladen en kapotte trouwfoto's. Bier, ja, dat was er ook mee gemoeid. Net zoals medicijnen. Een ontwrichte machtsverhouding die hardhandig hersteld moet worden. Als hij wou dat ze zouden scheiden, had ze toegestemd. Ze bleven bij elkaar.

Soms zie ik dat meisje nog eens op straat. Ze zegt iets en lacht naar me, al betwijfel ik of haar ogen mee lachen. Ik blijf op een afstand waar zoiets onmogelijk te onderscheiden valt en lach haar op mijn beurt toe. Meewarig, dat wel. Af en toe probeert men me haar bestaan te herinneren. Me te verleiden haar en haar man eens uit te nodigen bij mij thuis. Ik weiger. Niet zozeer uit minachting, teleurstelling en woede. Nee.

Ik geloof dat het meisje gelukkig is.

Dat ze overtuigd is van de normaliteit van hun bestaan. De niet voor discussie openstaande wetmatigheden die heersen in hun huishoudelijke universum. Als hij dit dan zij dat en als zij dit dan hij dat. Logisch toch? Er valt toch niet anders te verwachten?
Iedereen beklaagt haar binnensharts, maar ik, ik geloof dat ze gelukkig is. Of dat ze dit in ieder geval zelf gelooft. Net zoals in de god waarvan haar man zegt dat het de beste is. Net zoals in de politieke ideologie waarvan haar man zegt dat het de beste is. Net zoals in de dagdagelijkse keuzes waarvan haar man zegt dat ze de beste zijn.

Geloof heeft nu eenmaal het talent om bergen te verzetten, deze te plaatsen op de scheefgegroeide rug van een jong meisje, dat waarlijk even het geluk meent te proeven als ze door haar knarsende knieën zakt en wat zand haar mond in stuift.

Iemand met zo'n rotsvast geloof komt mijn agnostisch huis niet in.

maandag 21 maart 2016

Let's talk about love: Habibi - deel 39

Muziek is een van de facetten in mijn leven geweest die ik veel te lang verwaarloosd heb. Als tiener luisterde ik voornamelijk naar het repertoire van Disney en een paar casual populaire songs die de radio me toefluisterde. Hips don't lie van Shakira. She's always a woman to me, Billy joel. It's my life, Bon Jovi. Dat soort shizzle. Toen kwam ik Damian tegen, die er zijn persoonlijke queeste van had gemaakt mij tot metalchick te bevorderen, al dwaalde ik steeds af naar de softere genres. Nightwish, Within Temptation, Dragonforce, Blind Guardian, Axis en... Deathstars? De lessen cultuurwetenschappen brachten me Marilyn Manson en Rammstein bij - uiteraard zeer educatief gekaderd - maar daar stopte het zowat. Ik deed geen moeite nieuwe muziek te ontdekken en mijn eigen genres beluisterde ik nauwelijks, allemaal uit schrik dat mijn ouders opeens zonder kloppen mijn kamer in zouden stormen, as usual, en bij het horen van mijn satanische bucht weer eens een donderpreek zouden afsteken, also as usual. 

Nu woon ik alleen en, misschien om de stilte te compenseren, zet ik op quasi elk moment dat ik thuis ben een cd'tje op, die ik allemaal bij de bib ontleen. Ze worden geselecteerd op basis van bandbekendheid en uitmuntend mooie covers. Huidige ontdekkingen: Wannes van de Velde, Led Zeppelin, Melody Gardot en Queen. Dit weekend heb ik A Night at the Opera zo'n vijf keer opgezet, met speciale aandacht voor liedje 5, getiteld 39. Hoogstwaarschijnlijk geef ik een volledig andere, misplaatst melancholische betekenis aan het refreintje dan Brian May - tijdmachine, puhlease! - voor ogen had, maar kunst is, evenals geschiedenis, zeer gevoelig voor persoonlijke interpretatie. Maar da's waar ook, jullie zijn op dit moment nog volledig in het ongewisse gelaten. Wel wel. Laten we daar verandering in brengen.

Ik heb Damian van Facebook en Skype gegooid, zo onze navelstreng dus doorgeknipt en de verantwoordelijkheid om die draad weer op te pakken in zijn handen geschoven. Kinderachtig, n'est-ce pas? William had mij vrij snel van Facebook gegooid na onze breuk - hij kon er blijkbaar niet goed tegen dat, nadat hij 'als vriend' verklaarde dat ik meer respect voor mijn partner moest krijgen als ik geen liefdeloos leven wou leiden, ik zijn hele persoonlijkheid vlugjes ontleedde en concludeerde dat hij sociaal zo beperkt was dat als er een van ons twee problemen in de liefde zou krijgen... Soit, genoeg reden voor hem om mij te ontvrienden. Kinderachtig, vervelend en dwaas, zuchtte ik. Iets wat ik nooit zou doen.

Fievels Franse duif wist het al: zeg nooit nooit.

Nu, ik heb Damian niet verwijderd omdat zijn bestaan in mijn leven te pijnlijk werd - au contraire, ik had hem daarin graag terug een belangrijkere positie zien innemen. Het bestaan van zijn dates daarentegen, dat was informatie die overbodig, misplaatst en te confronterend was.

Je moet weten dat hij de verachtelijke gewoonte erop nahoudt om al zijn Tindermatches direct te bevrienden. Hij hoeft nog geen date met hen te hebben gehad, nee, een match is al genoeg. Op Tinder kan je namelijk maar met één persoon chatten, terwijl hij op Facebook verschillende meisjes tegelijkertijd hun schoonheid en uniciteit kan complimenteren - een bewonderenswaardige pragmatiek. Uiteraard liken en sharen enkele van die grieten zijn posts. Uiteraard pik ik ze er blindelings uit. Twee x-chromosomen, jong, aanvaardbaar mooi en een beetje alternatief, dat zijn de meisjes waarmee hij poogt het vleselijke gat dat ik in hem achtergelaten heb te dichten. Een beetje labiliteit en de mentale leeftijd van een puber schijnen ook pluspunten te zijn. Helemaal Geen Rebound was al een malle keuze, maar nu heeft hij nog iets geestigers gevonden. Ik ontdekte haar bestaan door een hartje op zijn profielfoto. Gepost na de eerste date, natuurlijk, liefde komt snel dezer dagen. 

"Maar D., een hartje, moet je daar zo moeilijk over doen?"

Geen overhaaste conclusies trekken, mijn beste, het verhaal staat nog onder constructie. Anyway, ik heb hem toen ferm onder zijn vijs gegeven. Opgebiecht dat ik getwijfeld had hem te verwijderen, hij, die blijkbaar niet begrijpt wat een 'don't ask, don't tell'-verbintenis inhoudt. Hij kon niet anders dan spijt betuigen, maar hoe hij zo'n fratsen in de toekomst vermijden zou, geen idee. Het was tenslotte niet zijn fout dat al die random labiele grieten zich random en labiel gingen gedragen op zijn profiel. Ondertussen had hij ook al te bekennen dat, surprise surprise, de hartendame in kwestie wederom de emotionele volwassenheid van een gedeukt theelepeltje had. Ze had hem al laten weten dat ze haar ex miste, en dat ze niet wist of hij dat wel aankon. Dat zij en haar ex zeven keer per dag seks hadden, en of hij dat wel aankon. Dat ze borderline had, en of hij dat wel aankon. Dat ze zichzelf pijn wou doen.

Niets tegen mensen met borderline, niets tegen mensen die zichzelf automutileren, but boy, hoe wanhopig moet je zijn om een jongen die je amper een week 'kent' hiermee te belasten? En hoe wanhopig moet je wel niet zijn om met zo'n meisje verder te willen gaan?

Hij, als een echte gentleman, probeerde haar te kalmeren, raadde haar aan om hulp te zoeken in de vorm van haar moeder en een psychiatrisch centrum. Zij noemde hem een klootzak, eentje die erger was dan haar ex, blubberdieblubblub. Echt het soort van conversaties die je standaard voert na je eerste date, je kent het wel. De dagen erna was hij nog steeds met haar bevriend. Hij kwam enkel voor haar op Skype. Negeerde mij iets te lang op Facebook. Verzon slappe excuses om mij niet te zien - en zo zijn prenatale relatie met dat kind niet in gevaar te brengen.

Ik besefte opeens dat hij veel meer voor me betekende dan ik voor hem. Dat al zijn dates, hoe dwaas, labiel of psychisch gestoord ze ook mochten zijn, mij de komende tijden onafgebroken in het verdomhoekje zouden duwen.

Voor dat soort streken is mijn ego te groot.  

Hij mocht dan wel verklaren dat hij nog van me hield, ik denk dat hij meer van mij hield als abstracte, nostalgische herinnering dan van mijn concrete, lijfelijke aanwezigheid in zijn huidige leven. Dus ik pakte de schaar en knipte me los. 
Waar ik dezelfde avond nog hyperventilerend naar hem gebeld zou hebben, stuurde hij pas twee dagen later doodgemoedereerd een sms'je. Waar ik zo snel mogelijk gepoogd zou hebben het contact te herstellen, laat hij nu al twee weken niets van zich horen. 
Eén keer zag ik hem op Skype verschijnen. Mijn hart klopte enthousiast, ik wachtte hoopvol enkele seconden... en hij belde niet. Het was niet met mij dat hij wilde praten. 
Ik laat me niet graag vrijwillig confronteren met mijn insignificantie in zijn leven, dus ik zag geen andere optie dan hem ook van Skype te verwijderen. 

Hoewel ik er rotsvast van overtuigd ben dat ik van ons twee het snelst het gelukkigst worden zal, word ik ongelooflijk hard aangetrokken tot het soort muziek dat mijn melancholie op een piëdestal zet, zodat ik het beminnen en koesteren kan.

woensdag 16 maart 2016

Kattenkribbels

"Waar is de poes?!" Ik storm de living in, net niet springend van geluk omdat ons gezin eindelijk, EINDELIJK vervolledigd wordt met een poesje. Onze papegaai, Punkie, was enkele jaren daarvoor in eenzaamheid gestorven en sindsdien was ons huis beestjesloos, omdat mijn onbegrijpelijke moeder er 'niet voor was'. Het gebrek aan huiselijke diertjes compenseerde ik door me te verdiepen in de enigen die voor mij beschikbaar waren: de insecten in de tuin. 


Ik aaide rupsen, stopte ze in doosjes, nam ze mee op boerderijvakantie en liet hun ontpopte coconnen het vrije luchtruim in fladderen. Met mijn vlindernet graaide ik vlinders en vliegen uit de lucht - de ene liet ik ogenblikkelijk weer vrij, de andere verloor een vleugel en meestal ook zijn leven. Alle kruisspinnen in mijn tuintje waren wonderlijk obees. Ik verzamelde de slakken met de mooiste huisjes en schakelde hen in voor het zeer lokale kweekprogramma - mijn moeder was zo galant om de helft van hen eens vrij te laten op een rustiek landweggetje. Met bijen en hommels had ik dan weer eerder een langeafstandsrelatie, in die zin dat ik hen vanop een afstand complimenteerde met hun chubbyness en een snel sprongetje maakte als ze opeens opstegen naar mijn kant. De verdrinkingsdood van quasi al mijn pissebedden tijdens een onweersbuitje heeft me tot tranen en zware schuldgevoelens toe bewogen.
Ik ken de grootte van een koninginnenpage, herken de rupsen die zich niet tot vlinders, maar een of andere geelbuikige vliegensoort ontpoppen en ik weet wat dit is. Wat allemaal niet wegneemt dat ik elk jaar op Werelddierendag, toen de meeste leerlingen effectief met een beestje aan kwamen zetten in de klas, enkel een foto tonen kon van Punkie. Tot vandaag. 
Mijn neefje had bergen kittens schattig, beschikbaar en tot overlast wezen te zijn in zijn tuin, wij waren met z'n allen komen kijken en mijn gezwichte moeder had de esthetische knoop doorgehakt: één vrouwtje, grijs, wit slabbetje, witte kniekousjes en een zwart neusje. Mijn oom was zo galant om de rest van de nestjes, ouders inclusief, vrij te laten op een rustiek boerderijtje. 


"De poes moest nog naar de dokter. Dus ze kon nog niet komen. Morgen dan, waarschijnlijk", antwoordt mijn vader rustig, niet eens opkijkend van zijn afwas. Mijn teleurstelling is zo groot en intens dat ik hem niet eens beleefd wil verstoppen, nee, ik gooi me zo opvallend mogelijk in de zetel, bijt mijn opkomende tranen weg en mijmer over de oneerlijkheid van het bestaan. Wie denkt dat tienjarigen geen depressieve momenten kunnen kennen, zijn hartstochtelijk verkeerd.

"Miaaaauw?"

Het klonk zo zacht, klaaglijk en vragend, en het maakte me gek van geluk. In een tel sprong ik de zetel uit, legde me op mijn buik en zag daar een klein hoopje poes verscholen.

...

Het gaat niet goed met zara. Heeft terug een attakje gehad. Kan nu totaal niets meer zien. En we moeten haar eten geven. Ze heeft vannacht in de zetel gepiest en kaka gedaan. En dat is niet van haar gewoonte. Ze is nu echt aan het uitbollen.

Ik klap mijn gsm dicht en denk na over de te nemen stappen. Toen ik nog thuis woonde, kon ik niet anders dan geconfronteerd worden met haar verval. Hoe onze poes, na jarenlang door de dierenarts steevast als 'te dik' te zijn bestempeld, zachtjesaan begon te vermageren, tot je haar ribben kon zien. Hoe ze rond de kerstdagen weigerde te eten en zichzelf zo slap als een vod voor de chauffage neervlee en ik haar achter de rug van mijn ouders om paté, tonijnsalade, boter en zoete woordjes toeschoof. Ze was er weer bovenop gekomen, dat wel, maar we wisten allemaal dat haar eerste attackje een waarschuwing was voor mijn grootste angst die je met liefde noch rede bestrijden kan. 

Ze was dertien jaar. 
Ze was versleten, blind met momenten, en mauwde van pijn en vermoeidheid als je haar zachtjes oppakte. 
Ze was jarenlang mijn beste vriend geweest. 

Wilde ik wel getuige zijn van haar laatste aftakelingen? Ik woon nu in mijn eigen huis, met enkel een jonge, gezonde, dikke wijkkat om af en toe eens binnen te lokken. Ik ben niet verplicht de nakende dood te bezoeken, nee, als ik wil blijf ik gewoon thuis en wacht daar op het definitieve belletje om dan: "Da's jammer, maar het zat er wel aan te komen" te zeggen en me er voor de rest emotioneel buiten te houden. 


Het is erger dan verwacht. Mijn bejaarde poes houdt haar hoofd melodramatisch scheef, alsof ze me bekritiseren wil voor alle foute keuzes die ik in mijn leven genomen heb. Ze kan mijn gezicht lokaliseren dankzij mijn stem, maar haar ogen zijn zo troebel dat ze me onmogelijk kan zien. Door de positie van haar hoofd lijkt ze ook geen grip meer te hebben op de oriëntering van de ruimte: ze loopt de verkeerde kanten op en botst tegen alles aan. 
Ik pak haar etensbakje, vul het en hou het voor haar hoofd. Ze eet. Is dat goed of slecht? Wordt ze beter of blijven mijn ouders een paar weken langer bezorgd over een incontinente, blinde, bejaarde kat? Ze wil naar buiten. Ik pak haar, zet haar zo comfortabel mogelijk in mijn armen en wandel zo naar buiten. Ik laat haar aan wat blaadjes en takjes ruiken en vraag haar of ze het zich herinnert. De tuin, met die ene rozenstruik en een paar buxussen. Kerstmis, met de spar waaronder ze toen binnen en nu buiten zitten kon. Veel laat ik onuitgesproken, tenslotte zijn katten minder menselijk dan sommigen van ons hopen, maar toch. Herinner je het je nog? 


Hoe ik je te vaak te veel te hard gepest heb, omdat ik zo waanzinnig veel nood had aan liefde en die liever uit jou kneep dan me te beheersen? Hoe jij je ook niet meer beheerste en naar me blies, siste, sloeg en klauwde? 
"Heb je je weer aan de poes gesneden?", vroeg Damian geregeld bij het zien van de rode strepen op mijn handen en armen. Ik wou gewoon je vriend worden. Ik heb je, en don't tell anyone, zelfs gelikt, in de hoop zo je poezelige genegenheid te winnen. 

Ik eiste van mijn ouders dat ze jou vlees zouden toestoppen tijdens het eten en het was door mijn toedoen dat je onze borden mocht uitlikken. Jarenlang heb ik overal poesjes getekend, vaak grijs-witte. Je zou kunnen stellen dat jij me cat obsessed gekregen hebt.

Herinner je nog al je slaapplekjes? Vroeger, die ene rieten stoel onder het afdak, voor de renovatie/uitbreiding van onze keuken? Het grote, ronde kussen waar je gedrogeerd tegen smakte nadat we jou de operatie lieten ondergaan waar elke dokter mij te jong voor vindt? De nestjes die we op bed van onze dekens maakten? Of jij die gewoon onder het opengegooide deken liggen ging en wij die je nergens vonden? Het opgewarmde dak, waar mijn vader ooit nog een emmer water over De Scheefkop heeft gekapt toen die jou intimideerde met zijn vervaarlijk, indringend gemauw? 

Ooit ben je in de tuin van de buren beland en dan moest mijn moeder je halen, want je kon zelf de muur niet over springen. Weet je nog? Dat je zelf in bad kon springen om daar te wachten tot iemand de kraan open zou draaien? Niet te hard, niet te zacht, nee, je moest het perfecte straaltje hebben. Hoe kieskeurig je over je eten kon zijn? Hoe moeilijk we jou aan het spelen konden krijgen? Enkel touwtjes en lasers hadden blijvend succes. Hoe je kasten, zetels en tafels rauw hebt gekrabd? Hoe er schimmen van kotsplekken op de mat achterblijven en het vertikten om te verdwijnen? Hoe mal je deed toen we je een vlooienbandje om probeerden te doen? Het leek wel alsof je er depressief van werd. Vogels heb je nooit kunnen pakken, insecten des te meer. Weet je nog hoe kwaad ik was als je op een vlinder kauwde? Hoe ik je mond opentrok en de versufte vlindersjiek buiten weer vrijliet? Hoe een ingeslikte geangelde vergissing je keel liet opzwellen? 

Herinner je je moeder nog? Je neven en nichtjes, ooms en tantes? Je broertjes? Allemaal grijs-wit, maar met een ordinair roze neus, waardoor mijn moeder hen niet wou redden. Zouden ze nog leven? Naar het schijnt, toen mijn ouders jou gingen halen, je in een kartonnen doosje stopten en onder hun snelbinder legden, wel, naar het schijnt liep een van je broertjes achter hen aan toen ze wegfietsten en jij je pootje door de gaatjes stak. Zou hij nog leven? Heb je hem gemist? 

Weet je nog dat ik achter de dood vroeg, smeekte en krijste in jouw bijzijn en jij onvermoeibaar verder at? Hoe mijn vader je ooit schopte tijdens een van zijn onbeheerste woede-aanvallen? Jij kent veel geheimen, poes. Herinner je ze nog?


Ik voel dat ze terug op de grond wilt, dus ik wandel naar binnen en zet ze neer. Ze loopt de verkeerde kant uit, dus ik begeleid haar naar haar opgeplooide handdoek voor de chauffage in de badkamer. Ze gaat direct zitten, hoofd nog steeds vijfenveertig graden in de verkeerde richting gedraaid en begint zich te wassen. Ik aai haar, ze likt me en ik, die altijd gepoogd heb zoveel mogelijk van haar gelukslikjes op mijn vingers te verzamelen, gruw ervan, alsof ze de dood zo op mij zou kunnen overbrengen. 

Dag poes. Geen definitieve dag, nu nog steeds niet, maar het sluipt dichter, elke dag dichter, en ik hoop dat je uiteindelijk onder de grote, middelste steen van ons tuintje begraven wordt, zoals we zo vaak gegrapt hebben. Geen vrees, alleen zul je niet zijn, je hebt de herinnering van een love bird en twee hamsters om je daar, tussen mijn wormen- en pissebeddenvrienden, gezelschap te houden.


Een boze poes.

donderdag 10 maart 2016

READ THIS MAIL OR U GONNA DIE IN A WEEK!

Geachte Nigeriaanse prinsen, verkopers van potentieverhogende middelen en oprecht bezorgde onbekenden die ons geestverschijningen, ongelukken en de dood willen besparen


Spammails typen is een tijdrovend karwei, dat weet u beter dan ik. Het is niet alleen belangrijk uw product zo omslachtig mogelijk aan de man te brengen, daarnaast zijn er ook die typerende kenmerken van het medium waar rekening mee gehouden dient te worden. De in de blender geworpen, verhakkelde zinsbouw, bijvoorbeeld. Het originele gebruik van hoofdletters en de wulpse creativiteit inzake spelling. De overtuigend-activerende kracht die uw mailtje uit moet stralen, zonder té choquerend, belerend of dwingend over te komen. Et cetera et cetera.
Hier komt zoveel denkwerk en originaliteit bij kijken en dan nog durft uw virtuoze creatie in een virtuele vuilnisbak te belanden.
Moedeloosheid spiert al om de hoek, klaar om uw oorspronkelijk beginnersenthousiasme hardhandig neer te beuken... het moment voor mij om me in mijn WonderWomanpakje te hijsen en jullie de helpende hand toe te reiken.

Ik heb namelijk onder mijn leerlingen de perfecte spamgenerator gevonden. Bespaar tijd voor uzelf en laat het opstellen van uw mailtjes voortaan aan hem over. 
Of u nu graag
  1. een onbestaand, defect, veel te prijzig product verkoopt;
  2. een leuke imaginaire job in de aanbieding hebt;
  3. de bloedg...mooie, Russische singles in uw buurt helpt een stabiele relatie op te bouwen;
  4. op een betrouwbare overdracht hoopt tussen uw financiën en andermans credit card-nummer;
  5. een directe fastforward wenst die nodig is om te vermijden dat het creepy meisje uit The Ring 's nachts enge selfies neemt van uw slapende ontvangers;
mijn leerling kan het allemaal feilloos! Zinnen die voor u eindeloos denkwerk vergen eer ze de perfectie bereikt hebben, schudt deze jongen moeiteloos uit zijn muis. Niet overtuigd? Bekijk dit voorbeeldje eens:

Mevrouw hebben wij dat verhaal voorbrengen van soap morgen doen

Geniaal, vindt u niet? Het zou zo het werk kunnen zijn van een of ander illegaal en perfect in te wisselen vluchtelingetje dat zijn of haar hulpkreten en verwijten jegens de Europese Stratego-maarschalken vertaalt op Google, zonder enig linguïstisch begrip te hebben van de spelregels. Perfect wat we nodig hebben, dus. Deze jongen staat garant de esthetiek en proza van de spammail te respecteren, met behoud van een kwalitatief even hoogstaand product. Hem in dienst nemen betekent uw job en/of bijverdienste op een authentieke, integere en volwaardige manier verder beleven, terwijl er meer tijd in uw dag en geld in uw zak achter blijft.

Het spreekt voor zich dat de legale reglementering inzake kinderarbeid van kracht blijft én dat de leerling contractueel-financieel onder mijn hoede staat - twee minieme kanttekeningen die volledig verwaarloosbaar zijn in vergelijking met de extravagante voordelen.

Gelieve mij bij uw ongetwijfeld opgewekte interesse zo snel mogelijk te contacteren


Hoogachtend


D.