maandag 21 maart 2016

Let's talk about love: Habibi - deel 39

Muziek is een van de facetten in mijn leven geweest die ik veel te lang verwaarloosd heb. Als tiener luisterde ik voornamelijk naar het repertoire van Disney en een paar casual populaire songs die de radio me toefluisterde. Hips don't lie van Shakira. She's always a woman to me, Billy joel. It's my life, Bon Jovi. Dat soort shizzle. Toen kwam ik Damian tegen, die er zijn persoonlijke queeste van had gemaakt mij tot metalchick te bevorderen, al dwaalde ik steeds af naar de softere genres. Nightwish, Within Temptation, Dragonforce, Blind Guardian, Axis en... Deathstars? De lessen cultuurwetenschappen brachten me Marilyn Manson en Rammstein bij - uiteraard zeer educatief gekaderd - maar daar stopte het zowat. Ik deed geen moeite nieuwe muziek te ontdekken en mijn eigen genres beluisterde ik nauwelijks, allemaal uit schrik dat mijn ouders opeens zonder kloppen mijn kamer in zouden stormen, as usual, en bij het horen van mijn satanische bucht weer eens een donderpreek zouden afsteken, also as usual. 

Nu woon ik alleen en, misschien om de stilte te compenseren, zet ik op quasi elk moment dat ik thuis ben een cd'tje op, die ik allemaal bij de bib ontleen. Ze worden geselecteerd op basis van bandbekendheid en uitmuntend mooie covers. Huidige ontdekkingen: Wannes van de Velde, Led Zeppelin, Melody Gardot en Queen. Dit weekend heb ik A Night at the Opera zo'n vijf keer opgezet, met speciale aandacht voor liedje 5, getiteld 39. Hoogstwaarschijnlijk geef ik een volledig andere, misplaatst melancholische betekenis aan het refreintje dan Brian May - tijdmachine, puhlease! - voor ogen had, maar kunst is, evenals geschiedenis, zeer gevoelig voor persoonlijke interpretatie. Maar da's waar ook, jullie zijn op dit moment nog volledig in het ongewisse gelaten. Wel wel. Laten we daar verandering in brengen.

Ik heb Damian van Facebook en Skype gegooid, zo onze navelstreng dus doorgeknipt en de verantwoordelijkheid om die draad weer op te pakken in zijn handen geschoven. Kinderachtig, n'est-ce pas? William had mij vrij snel van Facebook gegooid na onze breuk - hij kon er blijkbaar niet goed tegen dat, nadat hij 'als vriend' verklaarde dat ik meer respect voor mijn partner moest krijgen als ik geen liefdeloos leven wou leiden, ik zijn hele persoonlijkheid vlugjes ontleedde en concludeerde dat hij sociaal zo beperkt was dat als er een van ons twee problemen in de liefde zou krijgen... Soit, genoeg reden voor hem om mij te ontvrienden. Kinderachtig, vervelend en dwaas, zuchtte ik. Iets wat ik nooit zou doen.

Fievels Franse duif wist het al: zeg nooit nooit.

Nu, ik heb Damian niet verwijderd omdat zijn bestaan in mijn leven te pijnlijk werd - au contraire, ik had hem daarin graag terug een belangrijkere positie zien innemen. Het bestaan van zijn dates daarentegen, dat was informatie die overbodig, misplaatst en te confronterend was.

Je moet weten dat hij de verachtelijke gewoonte erop nahoudt om al zijn Tindermatches direct te bevrienden. Hij hoeft nog geen date met hen te hebben gehad, nee, een match is al genoeg. Op Tinder kan je namelijk maar met één persoon chatten, terwijl hij op Facebook verschillende meisjes tegelijkertijd hun schoonheid en uniciteit kan complimenteren - een bewonderenswaardige pragmatiek. Uiteraard liken en sharen enkele van die grieten zijn posts. Uiteraard pik ik ze er blindelings uit. Twee x-chromosomen, jong, aanvaardbaar mooi en een beetje alternatief, dat zijn de meisjes waarmee hij poogt het vleselijke gat dat ik in hem achtergelaten heb te dichten. Een beetje labiliteit en de mentale leeftijd van een puber schijnen ook pluspunten te zijn. Helemaal Geen Rebound was al een malle keuze, maar nu heeft hij nog iets geestigers gevonden. Ik ontdekte haar bestaan door een hartje op zijn profielfoto. Gepost na de eerste date, natuurlijk, liefde komt snel dezer dagen. 

"Maar D., een hartje, moet je daar zo moeilijk over doen?"

Geen overhaaste conclusies trekken, mijn beste, het verhaal staat nog onder constructie. Anyway, ik heb hem toen ferm onder zijn vijs gegeven. Opgebiecht dat ik getwijfeld had hem te verwijderen, hij, die blijkbaar niet begrijpt wat een 'don't ask, don't tell'-verbintenis inhoudt. Hij kon niet anders dan spijt betuigen, maar hoe hij zo'n fratsen in de toekomst vermijden zou, geen idee. Het was tenslotte niet zijn fout dat al die random labiele grieten zich random en labiel gingen gedragen op zijn profiel. Ondertussen had hij ook al te bekennen dat, surprise surprise, de hartendame in kwestie wederom de emotionele volwassenheid van een gedeukt theelepeltje had. Ze had hem al laten weten dat ze haar ex miste, en dat ze niet wist of hij dat wel aankon. Dat zij en haar ex zeven keer per dag seks hadden, en of hij dat wel aankon. Dat ze borderline had, en of hij dat wel aankon. Dat ze zichzelf pijn wou doen.

Niets tegen mensen met borderline, niets tegen mensen die zichzelf automutileren, but boy, hoe wanhopig moet je zijn om een jongen die je amper een week 'kent' hiermee te belasten? En hoe wanhopig moet je wel niet zijn om met zo'n meisje verder te willen gaan?

Hij, als een echte gentleman, probeerde haar te kalmeren, raadde haar aan om hulp te zoeken in de vorm van haar moeder en een psychiatrisch centrum. Zij noemde hem een klootzak, eentje die erger was dan haar ex, blubberdieblubblub. Echt het soort van conversaties die je standaard voert na je eerste date, je kent het wel. De dagen erna was hij nog steeds met haar bevriend. Hij kwam enkel voor haar op Skype. Negeerde mij iets te lang op Facebook. Verzon slappe excuses om mij niet te zien - en zo zijn prenatale relatie met dat kind niet in gevaar te brengen.

Ik besefte opeens dat hij veel meer voor me betekende dan ik voor hem. Dat al zijn dates, hoe dwaas, labiel of psychisch gestoord ze ook mochten zijn, mij de komende tijden onafgebroken in het verdomhoekje zouden duwen.

Voor dat soort streken is mijn ego te groot.  

Hij mocht dan wel verklaren dat hij nog van me hield, ik denk dat hij meer van mij hield als abstracte, nostalgische herinnering dan van mijn concrete, lijfelijke aanwezigheid in zijn huidige leven. Dus ik pakte de schaar en knipte me los. 
Waar ik dezelfde avond nog hyperventilerend naar hem gebeld zou hebben, stuurde hij pas twee dagen later doodgemoedereerd een sms'je. Waar ik zo snel mogelijk gepoogd zou hebben het contact te herstellen, laat hij nu al twee weken niets van zich horen. 
Eén keer zag ik hem op Skype verschijnen. Mijn hart klopte enthousiast, ik wachtte hoopvol enkele seconden... en hij belde niet. Het was niet met mij dat hij wilde praten. 
Ik laat me niet graag vrijwillig confronteren met mijn insignificantie in zijn leven, dus ik zag geen andere optie dan hem ook van Skype te verwijderen. 

Hoewel ik er rotsvast van overtuigd ben dat ik van ons twee het snelst het gelukkigst worden zal, word ik ongelooflijk hard aangetrokken tot het soort muziek dat mijn melancholie op een piëdestal zet, zodat ik het beminnen en koesteren kan.

woensdag 16 maart 2016

Kattenkribbels

"Waar is de poes?!" Ik storm de living in, net niet springend van geluk omdat ons gezin eindelijk, EINDELIJK vervolledigd wordt met een poesje. Onze papegaai, Punkie, was enkele jaren daarvoor in eenzaamheid gestorven en sindsdien was ons huis beestjesloos, omdat mijn onbegrijpelijke moeder er 'niet voor was'. Het gebrek aan huiselijke diertjes compenseerde ik door me te verdiepen in de enigen die voor mij beschikbaar waren: de insecten in de tuin. 


Ik aaide rupsen, stopte ze in doosjes, nam ze mee op boerderijvakantie en liet hun ontpopte coconnen het vrije luchtruim in fladderen. Met mijn vlindernet graaide ik vlinders en vliegen uit de lucht - de ene liet ik ogenblikkelijk weer vrij, de andere verloor een vleugel en meestal ook zijn leven. Alle kruisspinnen in mijn tuintje waren wonderlijk obees. Ik verzamelde de slakken met de mooiste huisjes en schakelde hen in voor het zeer lokale kweekprogramma - mijn moeder was zo galant om de helft van hen eens vrij te laten op een rustiek landweggetje. Met bijen en hommels had ik dan weer eerder een langeafstandsrelatie, in die zin dat ik hen vanop een afstand complimenteerde met hun chubbyness en een snel sprongetje maakte als ze opeens opstegen naar mijn kant. De verdrinkingsdood van quasi al mijn pissebedden tijdens een onweersbuitje heeft me tot tranen en zware schuldgevoelens toe bewogen.
Ik ken de grootte van een koninginnenpage, herken de rupsen die zich niet tot vlinders, maar een of andere geelbuikige vliegensoort ontpoppen en ik weet wat dit is. Wat allemaal niet wegneemt dat ik elk jaar op Werelddierendag, toen de meeste leerlingen effectief met een beestje aan kwamen zetten in de klas, enkel een foto tonen kon van Punkie. Tot vandaag. 
Mijn neefje had bergen kittens schattig, beschikbaar en tot overlast wezen te zijn in zijn tuin, wij waren met z'n allen komen kijken en mijn gezwichte moeder had de esthetische knoop doorgehakt: één vrouwtje, grijs, wit slabbetje, witte kniekousjes en een zwart neusje. Mijn oom was zo galant om de rest van de nestjes, ouders inclusief, vrij te laten op een rustiek boerderijtje. 


"De poes moest nog naar de dokter. Dus ze kon nog niet komen. Morgen dan, waarschijnlijk", antwoordt mijn vader rustig, niet eens opkijkend van zijn afwas. Mijn teleurstelling is zo groot en intens dat ik hem niet eens beleefd wil verstoppen, nee, ik gooi me zo opvallend mogelijk in de zetel, bijt mijn opkomende tranen weg en mijmer over de oneerlijkheid van het bestaan. Wie denkt dat tienjarigen geen depressieve momenten kunnen kennen, zijn hartstochtelijk verkeerd.

"Miaaaauw?"

Het klonk zo zacht, klaaglijk en vragend, en het maakte me gek van geluk. In een tel sprong ik de zetel uit, legde me op mijn buik en zag daar een klein hoopje poes verscholen.

...

Het gaat niet goed met zara. Heeft terug een attakje gehad. Kan nu totaal niets meer zien. En we moeten haar eten geven. Ze heeft vannacht in de zetel gepiest en kaka gedaan. En dat is niet van haar gewoonte. Ze is nu echt aan het uitbollen.

Ik klap mijn gsm dicht en denk na over de te nemen stappen. Toen ik nog thuis woonde, kon ik niet anders dan geconfronteerd worden met haar verval. Hoe onze poes, na jarenlang door de dierenarts steevast als 'te dik' te zijn bestempeld, zachtjesaan begon te vermageren, tot je haar ribben kon zien. Hoe ze rond de kerstdagen weigerde te eten en zichzelf zo slap als een vod voor de chauffage neervlee en ik haar achter de rug van mijn ouders om paté, tonijnsalade, boter en zoete woordjes toeschoof. Ze was er weer bovenop gekomen, dat wel, maar we wisten allemaal dat haar eerste attackje een waarschuwing was voor mijn grootste angst die je met liefde noch rede bestrijden kan. 

Ze was dertien jaar. 
Ze was versleten, blind met momenten, en mauwde van pijn en vermoeidheid als je haar zachtjes oppakte. 
Ze was jarenlang mijn beste vriend geweest. 

Wilde ik wel getuige zijn van haar laatste aftakelingen? Ik woon nu in mijn eigen huis, met enkel een jonge, gezonde, dikke wijkkat om af en toe eens binnen te lokken. Ik ben niet verplicht de nakende dood te bezoeken, nee, als ik wil blijf ik gewoon thuis en wacht daar op het definitieve belletje om dan: "Da's jammer, maar het zat er wel aan te komen" te zeggen en me er voor de rest emotioneel buiten te houden. 


Het is erger dan verwacht. Mijn bejaarde poes houdt haar hoofd melodramatisch scheef, alsof ze me bekritiseren wil voor alle foute keuzes die ik in mijn leven genomen heb. Ze kan mijn gezicht lokaliseren dankzij mijn stem, maar haar ogen zijn zo troebel dat ze me onmogelijk kan zien. Door de positie van haar hoofd lijkt ze ook geen grip meer te hebben op de oriëntering van de ruimte: ze loopt de verkeerde kanten op en botst tegen alles aan. 
Ik pak haar etensbakje, vul het en hou het voor haar hoofd. Ze eet. Is dat goed of slecht? Wordt ze beter of blijven mijn ouders een paar weken langer bezorgd over een incontinente, blinde, bejaarde kat? Ze wil naar buiten. Ik pak haar, zet haar zo comfortabel mogelijk in mijn armen en wandel zo naar buiten. Ik laat haar aan wat blaadjes en takjes ruiken en vraag haar of ze het zich herinnert. De tuin, met die ene rozenstruik en een paar buxussen. Kerstmis, met de spar waaronder ze toen binnen en nu buiten zitten kon. Veel laat ik onuitgesproken, tenslotte zijn katten minder menselijk dan sommigen van ons hopen, maar toch. Herinner je het je nog? 


Hoe ik je te vaak te veel te hard gepest heb, omdat ik zo waanzinnig veel nood had aan liefde en die liever uit jou kneep dan me te beheersen? Hoe jij je ook niet meer beheerste en naar me blies, siste, sloeg en klauwde? 
"Heb je je weer aan de poes gesneden?", vroeg Damian geregeld bij het zien van de rode strepen op mijn handen en armen. Ik wou gewoon je vriend worden. Ik heb je, en don't tell anyone, zelfs gelikt, in de hoop zo je poezelige genegenheid te winnen. 

Ik eiste van mijn ouders dat ze jou vlees zouden toestoppen tijdens het eten en het was door mijn toedoen dat je onze borden mocht uitlikken. Jarenlang heb ik overal poesjes getekend, vaak grijs-witte. Je zou kunnen stellen dat jij me cat obsessed gekregen hebt.

Herinner je nog al je slaapplekjes? Vroeger, die ene rieten stoel onder het afdak, voor de renovatie/uitbreiding van onze keuken? Het grote, ronde kussen waar je gedrogeerd tegen smakte nadat we jou de operatie lieten ondergaan waar elke dokter mij te jong voor vindt? De nestjes die we op bed van onze dekens maakten? Of jij die gewoon onder het opengegooide deken liggen ging en wij die je nergens vonden? Het opgewarmde dak, waar mijn vader ooit nog een emmer water over De Scheefkop heeft gekapt toen die jou intimideerde met zijn vervaarlijk, indringend gemauw? 

Ooit ben je in de tuin van de buren beland en dan moest mijn moeder je halen, want je kon zelf de muur niet over springen. Weet je nog? Dat je zelf in bad kon springen om daar te wachten tot iemand de kraan open zou draaien? Niet te hard, niet te zacht, nee, je moest het perfecte straaltje hebben. Hoe kieskeurig je over je eten kon zijn? Hoe moeilijk we jou aan het spelen konden krijgen? Enkel touwtjes en lasers hadden blijvend succes. Hoe je kasten, zetels en tafels rauw hebt gekrabd? Hoe er schimmen van kotsplekken op de mat achterblijven en het vertikten om te verdwijnen? Hoe mal je deed toen we je een vlooienbandje om probeerden te doen? Het leek wel alsof je er depressief van werd. Vogels heb je nooit kunnen pakken, insecten des te meer. Weet je nog hoe kwaad ik was als je op een vlinder kauwde? Hoe ik je mond opentrok en de versufte vlindersjiek buiten weer vrijliet? Hoe een ingeslikte geangelde vergissing je keel liet opzwellen? 

Herinner je je moeder nog? Je neven en nichtjes, ooms en tantes? Je broertjes? Allemaal grijs-wit, maar met een ordinair roze neus, waardoor mijn moeder hen niet wou redden. Zouden ze nog leven? Naar het schijnt, toen mijn ouders jou gingen halen, je in een kartonnen doosje stopten en onder hun snelbinder legden, wel, naar het schijnt liep een van je broertjes achter hen aan toen ze wegfietsten en jij je pootje door de gaatjes stak. Zou hij nog leven? Heb je hem gemist? 

Weet je nog dat ik achter de dood vroeg, smeekte en krijste in jouw bijzijn en jij onvermoeibaar verder at? Hoe mijn vader je ooit schopte tijdens een van zijn onbeheerste woede-aanvallen? Jij kent veel geheimen, poes. Herinner je ze nog?


Ik voel dat ze terug op de grond wilt, dus ik wandel naar binnen en zet ze neer. Ze loopt de verkeerde kant uit, dus ik begeleid haar naar haar opgeplooide handdoek voor de chauffage in de badkamer. Ze gaat direct zitten, hoofd nog steeds vijfenveertig graden in de verkeerde richting gedraaid en begint zich te wassen. Ik aai haar, ze likt me en ik, die altijd gepoogd heb zoveel mogelijk van haar gelukslikjes op mijn vingers te verzamelen, gruw ervan, alsof ze de dood zo op mij zou kunnen overbrengen. 

Dag poes. Geen definitieve dag, nu nog steeds niet, maar het sluipt dichter, elke dag dichter, en ik hoop dat je uiteindelijk onder de grote, middelste steen van ons tuintje begraven wordt, zoals we zo vaak gegrapt hebben. Geen vrees, alleen zul je niet zijn, je hebt de herinnering van een love bird en twee hamsters om je daar, tussen mijn wormen- en pissebeddenvrienden, gezelschap te houden.


Een boze poes.

donderdag 10 maart 2016

READ THIS MAIL OR U GONNA DIE IN A WEEK!

Geachte Nigeriaanse prinsen, verkopers van potentieverhogende middelen en oprecht bezorgde onbekenden die ons geestverschijningen, ongelukken en de dood willen besparen


Spammails typen is een tijdrovend karwei, dat weet u beter dan ik. Het is niet alleen belangrijk uw product zo omslachtig mogelijk aan de man te brengen, daarnaast zijn er ook die typerende kenmerken van het medium waar rekening mee gehouden dient te worden. De in de blender geworpen, verhakkelde zinsbouw, bijvoorbeeld. Het originele gebruik van hoofdletters en de wulpse creativiteit inzake spelling. De overtuigend-activerende kracht die uw mailtje uit moet stralen, zonder té choquerend, belerend of dwingend over te komen. Et cetera et cetera.
Hier komt zoveel denkwerk en originaliteit bij kijken en dan nog durft uw virtuoze creatie in een virtuele vuilnisbak te belanden.
Moedeloosheid spiert al om de hoek, klaar om uw oorspronkelijk beginnersenthousiasme hardhandig neer te beuken... het moment voor mij om me in mijn WonderWomanpakje te hijsen en jullie de helpende hand toe te reiken.

Ik heb namelijk onder mijn leerlingen de perfecte spamgenerator gevonden. Bespaar tijd voor uzelf en laat het opstellen van uw mailtjes voortaan aan hem over. 
Of u nu graag
  1. een onbestaand, defect, veel te prijzig product verkoopt;
  2. een leuke imaginaire job in de aanbieding hebt;
  3. de bloedg...mooie, Russische singles in uw buurt helpt een stabiele relatie op te bouwen;
  4. op een betrouwbare overdracht hoopt tussen uw financiën en andermans credit card-nummer;
  5. een directe fastforward wenst die nodig is om te vermijden dat het creepy meisje uit The Ring 's nachts enge selfies neemt van uw slapende ontvangers;
mijn leerling kan het allemaal feilloos! Zinnen die voor u eindeloos denkwerk vergen eer ze de perfectie bereikt hebben, schudt deze jongen moeiteloos uit zijn muis. Niet overtuigd? Bekijk dit voorbeeldje eens:

Mevrouw hebben wij dat verhaal voorbrengen van soap morgen doen

Geniaal, vindt u niet? Het zou zo het werk kunnen zijn van een of ander illegaal en perfect in te wisselen vluchtelingetje dat zijn of haar hulpkreten en verwijten jegens de Europese Stratego-maarschalken vertaalt op Google, zonder enig linguïstisch begrip te hebben van de spelregels. Perfect wat we nodig hebben, dus. Deze jongen staat garant de esthetiek en proza van de spammail te respecteren, met behoud van een kwalitatief even hoogstaand product. Hem in dienst nemen betekent uw job en/of bijverdienste op een authentieke, integere en volwaardige manier verder beleven, terwijl er meer tijd in uw dag en geld in uw zak achter blijft.

Het spreekt voor zich dat de legale reglementering inzake kinderarbeid van kracht blijft én dat de leerling contractueel-financieel onder mijn hoede staat - twee minieme kanttekeningen die volledig verwaarloosbaar zijn in vergelijking met de extravagante voordelen.

Gelieve mij bij uw ongetwijfeld opgewekte interesse zo snel mogelijk te contacteren


Hoogachtend


D.

maandag 29 februari 2016

Park Spoor Noord

"Het is koud", mompel ik stuurs tegen Michiel. Ik weet dat de temperatuur belachelijk warm is voor februari, maar de gure wind verpest mijn haar, ik twijfel aan het nut van onze relatie en dit alles kweekt een lust in mij om te zagen, te klagen en zo bommen te leggen onder andermans vrolijk humeur. Michiel merkt er natuurlijk niets van - of hij houdt zich expres van de domme. Hij beaamt wat ik net gezegd heb met een enthousiaste hoofdknik terwijl hij naar een cafeetje wijst. 
"Wat denk je, schat, even opwarmen met een drankje?" Zonder mijn antwoord - dat ik toch niet gegeven zou hebben, daar zou het niet gemeen genoeg voor zijn geweest - af te wachten, duwt hij de deur zachtjes open en stapt naar binnen. Ik volg, bereid om elk komend pietluttig detail aan te grijpen als acceptabel excuus me als een bitch te gedragen.
Het cafeetje is minuscuul. Zes compleet volzette tafeltjes aan de ene kant en de toog aan de andere, een ruimte van amper tien vierkante meter bij elkaar. Zaagpotentieel? Check. Als ik dan ook bijna struikel over een volgestouwde plastic zak van een of ander bio-wijf, moet ik moeite doen om mijn vrolijkheid te verbergen. Zoveel legitieme redenen om straks in moordend tempo Michiel wat verbale messteken uit te delen. Jis. Ik hijs me op een barkrukje en bekijk het menu, dat met krijt op de muur geschreven staat. 
"Oh, kijk eens aan, ze serveren hier ook cocktails. En smoothies. Wat wil jij drinken? Reuzegoedkoop allemaal." Ik kijk Michiel zo koud mogelijk aan en mompel, overdreven articulerend om mijn punt kracht bij te zetten, dat zoiets te verwachten valt in een afgelegen, klein duivenkot als dit. Hij besluit de til te verdedigen. Big mistake, buddy. 
"Valt wel mee? Ja, da's waar, ik ben gewoon om café's half-struikelend binnen te wandelen", grijns ik hem zweemzoet toe. Zijn antwoord lijkt me niet de moeite om af te wachten en prompt richt ik mijn ogen naar de zak die daarjuist opeens voor mijn voeten stond. Er zit een ouderwetse, spinaziegroene weegschaal in, enkele kledingstukken en een ijzeren doos, beplakt met papier. Het bio-wijf zit jong, mooi en energiek te keuvelen tegen een meisje dat eveneens de kleren van haar grootmoeder ontdekt heeft. 
"...andaag rommelmarkt, hier, in Park Spoor Noord." 
Ik negeer de laatste woorden die ik van Michiels volkomen oninteressante zin opgepikt heb en richt mijn aandacht nu volledig op de kelner. Hij verdrinkt duidelijk in het werk. Heel alleen springt hij van de kassa naar de shakes naar de afwas naar de kassa naar de tafels naar de afwas naar het magazijn naar de blender... Je ziet het zweet dan wel net niet van zijn gezicht stromen, zijn ogen staan groot van de stress. Arme druts. "Het is te hopen dat die jongen deftig betaald wordt voor het werk dat hij hier verricht, al is dat van zo'n tent te betwijfelen", smijt ik Michiel toe, alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor het loon en het lot van die jongen. 
Hij kijkt me aan met zijn grote, kalme ogen en ik moet me wel afwenden als ik er niet door geraakt wil worden. Me laten raken betekent uit mijn rol als überbitch vallen betekent emotioneel worden betekent open staan om gekwetst te worden. No thanks. 
Ik staar wat in het rond en ben de kelner dankbaar als zijn blik de mijne kruist en ik mijn bestelling kan plaatsen - een stukje niemandsland waar het gevecht sowieso gestaakt dient te worden. Ik ga voor de 'wakey wakey', een smoothie met gember en citroen. Mijn ogen blijven op de ober plakken wanneer hij zich naar Michiel richt, maar als deze antwoordt met: "Enkel een rietje voor mij", ben ik zo van slag dat ik Michiel wel moet aankijken. Een rietje. Samen uit één glas drinken. Romantisch zijn. De lul.
Hij pakt mijn hand in het zijne en ik voel me al emotioneel worden. Verdomme. 
"Schat", fluistert hij zo liefdevol mogelijk naar me toe. "Schat, ik weet dat je twijfelt. Maar alsjeblieft, ik hou van u en de kinderen. Denk daaraan. Weet je nog hoeveel maanden het duurde eer ze me begonnen vertrouwen? Alle moeite die het ons gekost heeft? Alsjeblieft, vergal dat nu niet voor enkele twij..." 
Met een luide, schelle knal valt het onderste gedeelte van een glazen fles vlierbloesemsiroop in stukken op de grond, terwijl de verbaasde kelner, zijn hand half in de schudbeweging bevroren, met open mond staart naar de flessenhals die in zijn vuist is achtergebleven. Thank god, uitstel van executie. Iedereen is oprecht verbaasd - ook Michiel kijkt met grote ogen naar de knoeiboel - en ik vraag me af of ik hem moet liefhebben of haten omdat hij over de kinderen begint. Ja, het is waar, het heeft lang geduurd eer hij geaccepteerd werd. Zeker voor Cédric. Louïse beziet hem ook niet als een echte vader - zoiets verwacht ik ook niet op een jaartje tijd - maar zij aanvaardde zijn aanwezigheid en autoriteit met meer gemak. Nu zijn ze beiden dol op hem en begin ik aan alles te twijfelen. Is het liefde, waarvoor hij hen als argument betrekt? Of is het een berekende keuze om mij schuldgevoelens aan te praten? 
De kelner heeft de troep opgeruimd, onze smoothie geshaket en geserveerd en ik en Michiel, die vriendelijke, goedlachse, grote, maar ietwat boerse en simpele man bij wie ik wil blijven en van weggaan om bepaalde, variërende redenen, staren elkaar in gespannen stilte aan. Ik vertraag mijn antwoord door enkele rietjesteugen te nemen van ons drankje. Ondanks alles smaakt het verdomd lekker.
"Luister, Michiel, ik begr..." 
Mijn gsm rinkelt. 
"Sorry", knik ik Michiel toe, terwijl ik opgelucht mijn gsm tegen mijn oor druk. 
"Mama?!" Louïse schreeuwt het zo hard uit dat mijn hart spontaan samentrekt van angst. Voor ik kan antwoorden gilt ze, en aan haar stem hoor ik dat ze gehuild heeft, dat ze bang is, dat er iets ergs is gebeurd en dat ze mij nu nodig heeft en ik voel me misselijk worden voor wat komen gaat. "Mamaaa! Mamaa, Cédric is van de trap gevallen, we waren aan het spelen, hij duwde mij en ik hem en het was een ongeluk, mama, maar hij viel! Hij viel van de trap! Ik, ik wou niet, het was een ongeluk, maar hij viel en hij gilde, en nu zegt hij niets meer. Hij ligt onder aan de trap en zegt niets meer. Oh, mama, het spijt me zo!" Iemand anders in mij gaf Louïse antwoord, bleef aan de telefoon, bracht Michiel ertoe de ambulance te bellen en stapte samen met hem de auto in, op weg naar huis.

"Iemand vond zijn drankje precies niet lekker." Ik wijs met een hoofdknik naar de groene smoothie die vergeten op de toog staakt, vergezeld van twee eenzame rietjes.
"Precies", antwoordt Hanne suffig. We hebben meer tijd op de rommelmarkt gespendeerd dan goed voor ons was. De duidelijk gestresseerde kelner brengt ons onze drankjes, waarvan het mijne heel hard lijkt op de eenzaat op de toog.
"Dat begrijp ik nooit, dat mensen een drankje kopen en er zo weinig van drinken. Geld te veel?"
"Mja. Zouden wij het opdrinken?"
"Daar dacht ik dus ook al aan. Kom, schuif het naar hier." Ik verwisselde de rietjes en Hanne deponeerde er enkele van haar ijsblokjes in. 

Het was een verdomd lekker drankje.

vrijdag 19 februari 2016

Let's talk about love: Habibi - deel 2

Wat ik verwacht had:

  1. Het is uit tussen William en mij. Deze zondag spreek ik af met Damian en we zullen wel iets vinden, waarschijnlijk geen happily ever after, maar iets... doenbaar.
  2. Het is uit tussen Helemaal Geen Rebound en Damian. Een kwestie van minuten, meer niet, en dan zal mijn gsm the song of its people zingen, zal Skype uit het verdomhoekje ontwaken om de symfonie aan te vullen en zal mijn vernieuwde virtuele vriendschap beklemtoond worden door een bas aan berichten. Die kakofonie der hypermoderne geluiden zal eindigen wanneer Damian mij krachtig teder tegen zich aandrukt en me fluisterend zijn onsterfelijke liefde voor mij bezweert met enkele clichés. 

Wat er gebeurde:

Niets van wat ik verwacht had. Oké, misschien hadden mijn verwachtingen hun talenten beter ontplooid kunnen hebben als ze in embryonale fase gesolliciteerd hadden voor een job in het hoofd van een soapdirector in plaats van in het mijne, feit is dat elke mens het waagt af en toe z'n meest naïeve roze bril op te zetten, n'est-ce pas? Zelfs de meest rationele nihilist verzaakt soms aan haar ideologie - en dat de realiteit dan met kracht de schonen rozen ge-eenhoornde glitterbril van haar hoofd durft te meppen, nou ja, dat vind ik toch wel behoorlijk bot. 


In werkelijkheid kwam de mep heel langzaam en onopgemerkt voorspelbaar aangeslopen.


Damian had het niet uitgemaakt met zijn rebound toen hij geüpdatet was over mijn gevoelens. Hij kwam als hernieuwde vrijgezel niet onmiddellijk met open armen naar me toe gesneld. Mijn gsm lag nerveus stilletjes op hem te wachten. Skype draaide zich loom op haar zij en sliep verder. Geen enkel bericht op Facebook van mijn nieuwste oudste vriend. Uiteindelijk kon ik de zelf opgebouwde spanning niet meer aan en werd de zender van het bericht dat ik mijns inziens ontvangen had moeten hebben. Ik trof de voorbereidselen voor een afspraak, die hij de dag zelf cancelde en verplaatste naar de volgende avond. Idem dito de week erna. Op onze afspraak was alles leuk en fijn en gezellig en tof en de kern van de zaak bleef onuitgesproken. Er werd liefgehad, zonder relationele garanties. Hij was niet op zoek naar een lief terwijl hij Tinderdates bleef organiseren. Hij hield van mij en zou me elk moment opzij kunnen schuiven. Hij vond een open relatie een acceptabel en onuitvoerbaar idee.

Uiteindelijk zou dat laatste De Grote Reden blijken te zijn om op een modderige avond in het stadspark mijn roze bril van mijn oren te laten meppen en mijn herontdekte enthousiasme (en samenhorende startende moedeloosheid) te temperen.


Hij houdt van me, maar hij wacht en hoopt op een mono-amoureus keerpunt van mijnentwege.
Ik hou van hem, maar ik wacht en hoop op een poly-amoureus keerpunt van zijnentwege.


Zo zorgen enkele Latijnse (Griekse?) begrippen ervoor dat we gelukkig aanmodderen met elkaar. Gelukkig, ja, dat wel. We praten en zwanzen en lachen en luisteren en vreten en vrijen en kijken naar makkelijk verteerbare series en we zijn ons allebei bewust van onze eigen onmacht onvoorwaardelijk van de ander te houden.

Misschien starten we ooit weer een relatie.

Met elkaar.
Met een ander.
Met anderen.

Who knows?


De toekomst zet haar beste pokerface op, houdt haar kaarten strak in de hand en ik en Damian pokeren vrolijk mee. Wat we konden verliezen zijn we immers al kwijt, nu valt er enkel een onverwacht uurtje geluk te winnen.

vrijdag 12 februari 2016

Een eigen stekkie

Sinds zaterdag heb ik het gevoel alsof ik continue aan het werken ben en mijn enige vorm van ontspanning eruit bestaat een zelfgekozen knapperig broodje te kunnen kopen in de Lidl. Zelfs deze paar zinnetjes typen neigt al naar verraad van mijn arbeid, tenslotte is het straks al avond en valt mijn dagelijkse tijd zoveel beter te besteden. Afwassen, kartonnen dozen legen, kasten vullen met de inhoud der geleegde kartonnen dozen, andere kartonnen dozen vullen met nu nog onbruikbaar lijkend gerief, kartonnen dozen versjouwen, kasten een beetje grondig wassen, naar de winkel gaan om verantwoord voedsel te hamsteren, twijfelen over de huidige kastindeling (Whiskey in een keukenkastje of in de dressoir in de living? Alcoholglaasjes bij de whiskey of bij de dagelijkse glazen? Pyjama's en juwelen in de bad- of slaapkamer? Schoenen of hoeden in de kleerkast? Beenwarmers bij de kleren of de schoenen?), naar mijn ouders fietsen om gemakshalve eten en internet te stelen... en dan heb ik nog geen druppeltje geverfd, noch meubels met ammoniak bewerkt zodat deze ook verfklaar zijn. 

As sand through the hourglass, so are the days of our lives en mijn dag glipt effectief ongrijpbaar als zand door mijn vingers. Opstaan, werken, slapen, opstaan, werken, slapen...

Toch ben ik gelukkig. De dag glijdt voorbij en ik krijg enkel nutteloze commentaar en conversaties te verduren als ik bij mijn ouders ben - alle andere uren word ik omringd door mijn eigen warme, begrijpende stilte. Af en toe praat ik tegen mezelf, wat altijd zeer interessante gesprekken oplevert. Onderwerp van vandaag: communisme, KGB'ertje Poetin, Lenins mausoleum, Raspoetin en zijn penis, (cea)tsaar Nikolaj Romanov en hoe 20th Century Fox ons allen laat vergeten dat Anastasia ook fijntjes doodgeschoten en in een put gegooid werd. En dan, contrast contrast, kom ik thuis en word ik besprongen door een nutteloze woordenvloed van zeurderige banaliteiten. Dat mijn ouders (moeder) me behandelen alsof ik geretardeerd ben en dat ze (moeder) geen ironie herkennen, is ook tamelijk nefast voor de ontwikkeling van ons samenhorigheidsgevoel, zeker omdat al mijn passief-agressiviteit door hen (moeder) getriggerd wordt. Ik ben een uitermate charmante dame, maar sluit me een dag met mijn teergeliefde mamsie in dezelfde kamer op en de nieuwe Charles Manson is geboren. Situaties die vermeden dienen te worden, deel een. Afin.

De verhuis, een chronologische samenvatting:
  • Zaterdag:

    Om 10 uur 's ochtends sleurden Damian en mijn vader het zware meubilair de verhuiswagen in en ik entertainde dan weer de stoelen en dozen. Bij mij thuis werd alles uitgeladen, ik haalde een helpende hand op van het station en we aten gezellig zonder moordneigingen samen met mijn ouders. Damian moest naar huis (date!) en werd net op tijd afgewisseld door een andere sterke helpende hand. Mijn bed werd in elkaar gezet, dozen werden stapjesaan ontladen en rond zeventien uur was ik het beu en stopten we ermee. Pizzaatje werd gekocht en gebakken (oven werkt! timer doet vreemd!) en 's avonds kwam Damian nog eens langs.

  • Zondag:

    Veel intentie om te werken, maar de pijn versloeg de intentie. Ik kon zelfs niet lezen omdat het gewicht te belastend was voor mijn handen, kun je nagaan. Geen klop uitgevoerd.

  • Rest van de week:

    Alle dozen uitgepakt, alles wat al gebruikt kon worden een geïmproviseerde plaats gegeven, dozen opnieuw ingepakt, daarna weer uitgepakt om impulsief ander cool spul te zoeken, wederom ingepakt, twee spinnen genegeerd, dozen netjes op elkaar gestapeld, lege dozen naar mijn oude huis gebracht om een perfecte loop in de gif te bekomen... Mijn kleerkast is zo goed als gevuld, alle badkamerprul staat gecentreerd op de wasmachine, de gezelschapsspelletjes en het blikken speelgoed hebben de dressoir als thuis gekregen, mijn hoekkast is al met schatten van prullaria gevuld en mijn opgezet konijn, eekhoorn en krokodil hebben de verhuis overleefd en concurreren nu met de tv. Nog steeds niet gekookt en het internet laat ook nog even op zich wachten.

    "Kunt ge niet aan de buren vragen of ge wat internet moogt lenen?"
    "... Nee, ma."

  • Morgen gaat mijn vader met glasvlies klungelen en kastjes in de muur boren, ik en mijn moeder zullen proberen vredig strips op de dressoirtablet te behangerslijmen en mijn oude schoolkaarten zullen hopelijk schitteren tegen de muur. Mijn oma vroeg zich af of ik pannenkoeken zou willen bakken, maar mezelf te veel vermoeien is nergens voor nodig. Er wacht me immers nog vijf centimeter verbeterwerk af te handelen dit weekend. 

vrijdag 5 februari 2016

Verhuizen

In een van mijn klasjes huist een ongelooflijk luie leerling. Het desbetreffende geval is van het mannelijk geslacht, ongeveer 15 jaar oud, beleefd, vriendelijk, goedlachs... doch ziet er geen graten in om naar school te komen zonder pennenzak, want, en ik citeer: 'Het is niet dat er geen heb, mevrouw, thuis liggen er in mijn kast echt veel pennenzakken, maar dan moet ik die pakken, open doen, mijn pennen erin steken... en da's echt te veel moeite. *gooit armen in de lucht om extra verontwaardiging te uiten* Maar ze zitten nu wel in een plastic zakje, nog van bij de examens, en er zit wel al een gaatje hier *wijst naar gat* en hier *wijst naar ander gat* ah, en hier ook nog *steekt vinger in gigagat* maar ik heb dus wel pennen mee en da's goed, he.'

Het spreekt voor zich dat ik deze leerling waanzinnig sympathiek vind - en nee, geen ironie vandaag. Des leerkrachten favoriet zijn altijd die leerlingen waarmee we ons kunnen vereenzelvigen en mijn stiekeme lieverdjes zijn zo dus een beetje rebels (hoewel altijd vriendelijk), doen thuis geen klop voor school (en zitten bij de besten van de klas), zijn begenadigd met een hevig geprofileerde common sense en een scherpe, eerlijke tong en werken altijd zo pragmatisch [lees: lui] mogelijk (al kunnen ze zich ongelooflijk hard inzetten voor alles wat hun interesse opwekt). Mijn inleidende leerling neigt wel naar de extreme kant van het luiheidsspectrum, maar laat het geweten zijn:

Ik ben ongelooflijk tijdsbesparend pragmatisch.

  • Tijdens de L.O.-lessen in het middelbaar moesten we al eens in de rij staan voor een of andere mij altijd gevaarlijk ogende oefening. Over de bok of een ijzeren paal of in een touwtje springen, bijvoorbeeld. Als de leerkracht niet keek, zou een bepaalde leerling haar voorste plek in de rij verlaten om opnieuw helemaal achteraan aan te schuiven, en dit soms meerdere keren na elkaar - alles om een nodeloze verkwisting van zweet tegen te gaan.
  • Als ik in diezelfde periode voor een of ander taalvak een zin opnieuw moest schrijven, gaf ik elk woord in de originele zin een nummer, waarna ik de herziene zin als eenvoudig getal kon weergeven.
  • Er moest gewerkt worden in verschillende kleuren? Ik zou mijn gewone pen wel gebruiken en differentiëren in stippellijntjes, streepjes en bolletjes. 
  • Mijn leerkracht Nederlands uit het vierde middelbaar raadde me aan om aan de Sint een meetlatje te vragen, zodat ik niet langer zou onderlijnen met de losse hand.
  • Ik voelde altijd aan wanneer de lesdag bijna zou eindigen - het moment om subtiel mijn jas aan te doen, mijn boeken zachtjes te sluiten, de hele bazaar in mijn boekentas te stoppen, kwade blikken van de leerkracht te negeren en onmiddellijk weg te benen bij de eerste kreet van het belsignaal. Een onbekende kassierster uit de Carrefour wist nog een jaar na mijn afstuderen naar welke school ik was geweest, want zij stond altijd bij de schoolpoort geparkeerd om haar dochter op te halen en 'Was jij niet dat meisje dat altijd als eerste de school verliet?'
  • Sinds ik oud genoeg ben 'om dat zelf te doen', loop ik al een half jaar rond in ongestreken kleren, stylish as fuck.
  • Het is onmogelijk om wekelijks de hamsterkooi te verschonen zonder te denken dat zijn dood me hiervan verlossen zal.
  • De aannemer had me bezworen dat mijn huis verbouwd zou zijn in februari vorig jaar. Dat werd mei, juni, augustus, september, november, december, januari... en het is nog steeds niet volledig af. Met als gevolg dat mijn slaapkamer al meer dan een jaar niet meer gekuist werd, want dat leek me toch niet nuttig met een verhuisvooruitzicht.
 
Daarnaast zit er ook wat Gobelijn in mijn DNA. Verstrooid. Vergeetachtig. Verward. Drie keer ben ik naar school vertrokken zonder rugzak. Ontelbaar vaak heb ik taken of oefeningen overgeschreven in de speeltijd omdat ik het niet in mijn agenda had genoteerd. Ik ben eens via het dak van de buren naar het mijne geklauterd om zo door mijn raam naar binnen te kruipen, omdat ik mijn huissleutel vergeten was. Toen ik in de Bereklauw zat omstreeks mijn verjaardag, miste ik zo een lang voordien geserveerde en waarlijk naar uitgekeken theatervoorstelling in eigen stad. Mijn eerste hamster wist twee keer te ontsnappen toen zijn kooi open bleef staan. Ik ga slapen en laat de lichten branden. Ik verlaat het huis en zet de verwarming niet af. Ik sluit me uren op in mijn kamer en vergeet dat onze bejaarde kat in de tuin zit
("Hoelang zit die al buiten?! En dat in dit weer!"
"Amper vijf minuten ofzo!"),
ik reken op mijn ouders om cadeaus en kaartjes te voorzien voor peter/meters, ik vergeet standaard enkele uren aan hen te melden dat er voor hen gebeld werd 'en het was dringend, zeiden ze'... afin, soms ben ik een zootje.

Het zootjeshuis is nog steeds niet volledig afgewerkt, maar het is wel al bewoonbaar. Op de kalender staat op deze zaterdag officieel 'verhuis D.' geschreven, dus er is geen ontkomen slash uitstellen meer aan. Of ik er morgen effectief in zal wonen is betwistbaar, maar het staat vast dat de resultaten van mijn jarenlange hamstergedrag zeker een nieuw onderkomen zullen krijgen. 

Mijn vader heeft me eraan herinnerd een verhuiswagen te fiksen (in orde sinds eergisteren) en om wat vrienden op te trommelen (sinds gisteren), maar de buren moeten nog verwittigd worden hun auto's niet voor mijn huis te parkeren, ik ben nog bijlange niet klaar met inpakken, de essentiële zaken des levens ben ik alsnog vergeten in orde te brengen, zoals een internetverbinding, een vaste telefoon, een printer... Mijn domiciliëring moet ook veranderen en de bank, mijn werk, mijn eBay en Amazon moeten hiervan op de hoogte worden gebracht... Met al deze heisa zal ik op een dag wakker worden in mijn eigen huis en beseffen dat ik afscheid ben vergeten te nemen van het vorige.