donderdag 21 april 2016

Omdat ik niets te vertellen heb

Mensen kicken op drama. 

Intrieste relatiebreuken, brute verkrachtingen, zinloze moorden, vaders die hun zonen ontmannen, hun dochters wurgen en de moeder op dit alles laten toezien. Dit laatste heb ik verzonnen, al zal het, de mensheid kennende, wel al gebeurd geweest zijn. Punt is dat enkel een hardcore beursbelegger de krant openslaat op zoek naar het economisch nieuws. De rest van ons laat zich leiden door sensatiezucht; andermans ondraaglijke lijden dat het onze zalven moet. 

Niemand die dit beter weet dan een schrijver. Elk literair meesterwerk is ontkiemd uit frustraties, teleurstellingen, wrok, onmacht, radeloosheid, gemis, jaloezie en nog wat casual verdriet, pijn en haat erbij. 
Life of Pi? Oorlog en Vrede? De Boekendief? Kartonnen Dozen? Tongkat? Eline Vere? Het Achterhuis? De Kapellekesbaan? Arnon Grunbergs fucking verachterlijke Tirza? 
Onze inktpot wordt met leed gevuld en daar druppelen we de woorden en zinnen uit die de dramatische vlek zullen vormen waar onze lezers zo naar hunkeren. En laat dat nu mijn probleem zijn, de reden waarom ik al enkele weken geen letter gepubliceerd heb:

Mijn inktpot is leeg. Of nee. Mijn inktpot is gevuld met de warmte van de eerste lentezon, glitterende schilfers van een roze eenhoornkont, diamanten hamsterstrontjes, de glinsters uit de ogen van het mooiste meisje dat je ooit gekust hebt en liefde, god, zoveel liefde dat je je zelfs zonder lentezon verwarmen kunt. 

Ik ben volkomen gelukkig.

Soms dwaal ik nog eens door mijn huis, het huis van de oma van Damian, het huis dat ik gekocht heb met de intentie er samen in te wonen, en ik zie haar dressoir en keukentafel, de een beplakt met vooroorlogse reclame-advertenties, de ander rustiek vanille beschilderd, maar ze staan er wel, en dan nog op identiek dezelfde plaats. Mijn whisky heeft haar Elixir d'Anvers verdrongen uit het linkse kastje. 
De keuken, totaal verbouwd, maar wel leunend tegen dezelfde muur als toen, mijn living ook gelijksoortig ingedeeld. En ik dwaal rond en bekijk alles wat ik tot nu toe kunnen redden heb van de vernielzucht van de wereld en wat het kapitalisme mij geschonken heeft, en als ik even stilsta, zie ik Damian verscholen in het stof en de plooien en hoeken en kantjes van veel van mijn spullen. 
Ik vis die ene mooie foto op waar we er allebei gelukkig opstaan, zelfs al gedroeg ik me die dag als een bitch en was hij razend op me, maar we staan er toch maar gelukkig op en ik voel me treurig en bedenk hoe ik dit visueel in beeld zou brengen mocht ik de film van mijn leven regisseren. Maar ik zoom weer uit, leg de foto en de herinneringen teder weg en ga voort met gelukkig te zijn.

Het weekend lijkt permanent door mijn leerlingen te razen, mijn wasmachine plast op de grond, de laminaat wobbelt, het pleisterwerk  scheurt zich los in de hoeken, mijn hamster is gestorven en opgezet, mijn kat gestorven en begraven en ik ben gelukkig.

Ik heb mijn geluk met een vriendin uitgegild in de snelste roetsjbanen van een pretpark. Ik heb mijn kaken op elkaar geklemd toen het geluk zich, deze keer eens als kleurig ratje, in mijn huid penetreerde. Ik heb mijn geluk herkend in de ogen van een mooie jongen en ik heb het zachtjes in zijn oren gezucht. Ik heb mijn geluk geproefd, gehalveerd en doorgegeven in de warme lippen van diverse mooie meisjesmonden.


Wees eerlijk. Wees nou eens verdomd eerlijk:
wordt jullie sensatiezucht bevredigd door te lezen hoe gelukkig ik ben? 

Ik peins van niet.


Wie een dieptreurig verhaal met de wereld te delen heeft en mij als kanaal wil gebruiken, be my guest. Op dit moment ziet het er toch naar uit dat ik, jammer genoeg, weinig te vertellen zal blijven hebben.

zondag 3 april 2016

Een toefje huiselijk geluk

Er was eens een meisje dat qua uiterlijk heel erg op deze bevallige blogster leek. Ze was alleszins een beetje groter, een beetje slanker, en de zandzakjes onder haar ogen bengelden nog een beetje harder door. Namen, gebeurtenissen en babyfoto's van de twee werden frequent doch onopzettelijk met elkaar verward. 
Het meisje was lief en braaf en aardig. Op het moment dat haar lichaam zin had volwassen te worden, besloot haar geest dat het veiliger was een meisje te blijven dan uit te groeien tot een dame. En zo geschiedde.

Toen het meisje zeventien jaar oud was, verpande ze haar hart aan een jongen die mogelijks nog liever, braver en aardiger was. Hij was een beetje simpel van geest, dat moet gezegd - wat dan ook quasi wekelijks gebeurde in het eigen gezin, gepaard met meer minachting, teleurstelling en woede dan nodig was geweest. Dat hun dochter namelijk ook een beetje simpel van geest genoemd mocht worden, werd verzwegen. Eigen kind, mooi kind. Er zou wel wat beters op de markt komen. 
De exacte reden is me onbekend, maar opeens was ze weer de zee in gedoken om samen met de extra vissen het wachten op al zwemmend te verdrijven. Kwam het door de verachting van haar ouders? Kwam het doordat zijn ouders die verachting konden ruiken, als het bedufte aroma van andermans kontzweet op jouw kant van het bed? Eigen kind, mooi kind. Feit is dat het meisje opeens thuis bleef, de rekening van verstuurde sms'en en telefoontjes drastisch verminderde en het aantal ruzies betreffende partnerkeuze abrupt stopte. Again, er zou wel wat beters op de markt komen. En zo geschiedde.

Op een of ander evangelisch festival - ja, die bestaan - liep ze hem tegen het lijf. Een pak ouder dan haar, een pak dikker, maar met een even fletse schijn in de ogen. Persoonlijk verkies ik het mensen te mijden wanneer de levenslust niet uit hun ogen knalt als het vuurwerk aan de start van het tweede millennium, maar dit is niet mijn verhaal. 

Feit is dat het meisje opeens vaker wegging, de rekening van verstuurde sms'en en telefoontjes drastisch steeg en het aantal ruzies betreffende partnerkeuze abrupt weer oplaaide, deze keer gepaard met de gepaste minachting, teleurstelling en woede. Sommige mensen schreeuwen nu eenmaal woordeloos hun verrotte persoonlijkheid uit. 
Haar nieuwe vlam was bruut, bot en lomp. Als hij een kamer betrad, drupte de ingehouden negativiteit van zijn vel om als verdampte afschuw door ons geïnhaleerd te worden. Iedereen voelde zich opgelucht als hij vertrok - alsof men weer ademen kon. Iedereen, behalve het meisje. 
Of ze echt van hem hield is twijfel -of in elk geval raadselachtig, doch ze bleef zijn gezelschap opzoeken. Hij wou dat ze kwam? Ze vertrok. Hij wou dat ze bepaalde woorden van zijn vel schraapte en naar ons wierp? Ze smeet zijn waardenloze woordenboeken in ons gezicht. Hij wou dat ze trouwden? Ze liep mee naar het altaar en verpletterde ieders laatste hoop door 'Ja' te antwoorden. 

Eindelijk was ze vrij genoeg om de ene verstikkende ruimte voor de andere in te wisselen.

Hij wou dat ze stopte met de pil. Ze kreeg kinderen. Hij wou haar geld gebruiken voor zijn aankopen. Ze liet haar rekening pluimen. Hij wou dat ze opnieuw startte met de pil. De zwangerschappen bleven weg.

Het leven kan betrekkelijk eenvoudig zijn.

Al gebeurde er af en toe eens een misverstand. Het meisje dat zich liet verleiden door de aardige woorden die een vreemde man haar online toe strooide. Het meisje dat met een bloedend gezicht haar ouders te hulp riep. Gescheurde tafelbladen en kapotte trouwfoto's. Bier, ja, dat was er ook mee gemoeid. Net zoals medicijnen. Een ontwrichte machtsverhouding die hardhandig hersteld moet worden. Als hij wou dat ze zouden scheiden, had ze toegestemd. Ze bleven bij elkaar.

Soms zie ik dat meisje nog eens op straat. Ze zegt iets en lacht naar me, al betwijfel ik of haar ogen mee lachen. Ik blijf op een afstand waar zoiets onmogelijk te onderscheiden valt en lach haar op mijn beurt toe. Meewarig, dat wel. Af en toe probeert men me haar bestaan te herinneren. Me te verleiden haar en haar man eens uit te nodigen bij mij thuis. Ik weiger. Niet zozeer uit minachting, teleurstelling en woede. Nee.

Ik geloof dat het meisje gelukkig is.

Dat ze overtuigd is van de normaliteit van hun bestaan. De niet voor discussie openstaande wetmatigheden die heersen in hun huishoudelijke universum. Als hij dit dan zij dat en als zij dit dan hij dat. Logisch toch? Er valt toch niet anders te verwachten?
Iedereen beklaagt haar binnensharts, maar ik, ik geloof dat ze gelukkig is. Of dat ze dit in ieder geval zelf gelooft. Net zoals in de god waarvan haar man zegt dat het de beste is. Net zoals in de politieke ideologie waarvan haar man zegt dat het de beste is. Net zoals in de dagdagelijkse keuzes waarvan haar man zegt dat ze de beste zijn.

Geloof heeft nu eenmaal het talent om bergen te verzetten, deze te plaatsen op de scheefgegroeide rug van een jong meisje, dat waarlijk even het geluk meent te proeven als ze door haar knarsende knieën zakt en wat zand haar mond in stuift.

Iemand met zo'n rotsvast geloof komt mijn agnostisch huis niet in.

maandag 21 maart 2016

Let's talk about love: Habibi - deel 39

Muziek is een van de facetten in mijn leven geweest die ik veel te lang verwaarloosd heb. Als tiener luisterde ik voornamelijk naar het repertoire van Disney en een paar casual populaire songs die de radio me toefluisterde. Hips don't lie van Shakira. She's always a woman to me, Billy joel. It's my life, Bon Jovi. Dat soort shizzle. Toen kwam ik Damian tegen, die er zijn persoonlijke queeste van had gemaakt mij tot metalchick te bevorderen, al dwaalde ik steeds af naar de softere genres. Nightwish, Within Temptation, Dragonforce, Blind Guardian, Axis en... Deathstars? De lessen cultuurwetenschappen brachten me Marilyn Manson en Rammstein bij - uiteraard zeer educatief gekaderd - maar daar stopte het zowat. Ik deed geen moeite nieuwe muziek te ontdekken en mijn eigen genres beluisterde ik nauwelijks, allemaal uit schrik dat mijn ouders opeens zonder kloppen mijn kamer in zouden stormen, as usual, en bij het horen van mijn satanische bucht weer eens een donderpreek zouden afsteken, also as usual. 

Nu woon ik alleen en, misschien om de stilte te compenseren, zet ik op quasi elk moment dat ik thuis ben een cd'tje op, die ik allemaal bij de bib ontleen. Ze worden geselecteerd op basis van bandbekendheid en uitmuntend mooie covers. Huidige ontdekkingen: Wannes van de Velde, Led Zeppelin, Melody Gardot en Queen. Dit weekend heb ik A Night at the Opera zo'n vijf keer opgezet, met speciale aandacht voor liedje 5, getiteld 39. Hoogstwaarschijnlijk geef ik een volledig andere, misplaatst melancholische betekenis aan het refreintje dan Brian May - tijdmachine, puhlease! - voor ogen had, maar kunst is, evenals geschiedenis, zeer gevoelig voor persoonlijke interpretatie. Maar da's waar ook, jullie zijn op dit moment nog volledig in het ongewisse gelaten. Wel wel. Laten we daar verandering in brengen.

Ik heb Damian van Facebook en Skype gegooid, zo onze navelstreng dus doorgeknipt en de verantwoordelijkheid om die draad weer op te pakken in zijn handen geschoven. Kinderachtig, n'est-ce pas? William had mij vrij snel van Facebook gegooid na onze breuk - hij kon er blijkbaar niet goed tegen dat, nadat hij 'als vriend' verklaarde dat ik meer respect voor mijn partner moest krijgen als ik geen liefdeloos leven wou leiden, ik zijn hele persoonlijkheid vlugjes ontleedde en concludeerde dat hij sociaal zo beperkt was dat als er een van ons twee problemen in de liefde zou krijgen... Soit, genoeg reden voor hem om mij te ontvrienden. Kinderachtig, vervelend en dwaas, zuchtte ik. Iets wat ik nooit zou doen.

Fievels Franse duif wist het al: zeg nooit nooit.

Nu, ik heb Damian niet verwijderd omdat zijn bestaan in mijn leven te pijnlijk werd - au contraire, ik had hem daarin graag terug een belangrijkere positie zien innemen. Het bestaan van zijn dates daarentegen, dat was informatie die overbodig, misplaatst en te confronterend was.

Je moet weten dat hij de verachtelijke gewoonte erop nahoudt om al zijn Tindermatches direct te bevrienden. Hij hoeft nog geen date met hen te hebben gehad, nee, een match is al genoeg. Op Tinder kan je namelijk maar met één persoon chatten, terwijl hij op Facebook verschillende meisjes tegelijkertijd hun schoonheid en uniciteit kan complimenteren - een bewonderenswaardige pragmatiek. Uiteraard liken en sharen enkele van die grieten zijn posts. Uiteraard pik ik ze er blindelings uit. Twee x-chromosomen, jong, aanvaardbaar mooi en een beetje alternatief, dat zijn de meisjes waarmee hij poogt het vleselijke gat dat ik in hem achtergelaten heb te dichten. Een beetje labiliteit en de mentale leeftijd van een puber schijnen ook pluspunten te zijn. Helemaal Geen Rebound was al een malle keuze, maar nu heeft hij nog iets geestigers gevonden. Ik ontdekte haar bestaan door een hartje op zijn profielfoto. Gepost na de eerste date, natuurlijk, liefde komt snel dezer dagen. 

"Maar D., een hartje, moet je daar zo moeilijk over doen?"

Geen overhaaste conclusies trekken, mijn beste, het verhaal staat nog onder constructie. Anyway, ik heb hem toen ferm onder zijn vijs gegeven. Opgebiecht dat ik getwijfeld had hem te verwijderen, hij, die blijkbaar niet begrijpt wat een 'don't ask, don't tell'-verbintenis inhoudt. Hij kon niet anders dan spijt betuigen, maar hoe hij zo'n fratsen in de toekomst vermijden zou, geen idee. Het was tenslotte niet zijn fout dat al die random labiele grieten zich random en labiel gingen gedragen op zijn profiel. Ondertussen had hij ook al te bekennen dat, surprise surprise, de hartendame in kwestie wederom de emotionele volwassenheid van een gedeukt theelepeltje had. Ze had hem al laten weten dat ze haar ex miste, en dat ze niet wist of hij dat wel aankon. Dat zij en haar ex zeven keer per dag seks hadden, en of hij dat wel aankon. Dat ze borderline had, en of hij dat wel aankon. Dat ze zichzelf pijn wou doen.

Niets tegen mensen met borderline, niets tegen mensen die zichzelf automutileren, but boy, hoe wanhopig moet je zijn om een jongen die je amper een week 'kent' hiermee te belasten? En hoe wanhopig moet je wel niet zijn om met zo'n meisje verder te willen gaan?

Hij, als een echte gentleman, probeerde haar te kalmeren, raadde haar aan om hulp te zoeken in de vorm van haar moeder en een psychiatrisch centrum. Zij noemde hem een klootzak, eentje die erger was dan haar ex, blubberdieblubblub. Echt het soort van conversaties die je standaard voert na je eerste date, je kent het wel. De dagen erna was hij nog steeds met haar bevriend. Hij kwam enkel voor haar op Skype. Negeerde mij iets te lang op Facebook. Verzon slappe excuses om mij niet te zien - en zo zijn prenatale relatie met dat kind niet in gevaar te brengen.

Ik besefte opeens dat hij veel meer voor me betekende dan ik voor hem. Dat al zijn dates, hoe dwaas, labiel of psychisch gestoord ze ook mochten zijn, mij de komende tijden onafgebroken in het verdomhoekje zouden duwen.

Voor dat soort streken is mijn ego te groot.  

Hij mocht dan wel verklaren dat hij nog van me hield, ik denk dat hij meer van mij hield als abstracte, nostalgische herinnering dan van mijn concrete, lijfelijke aanwezigheid in zijn huidige leven. Dus ik pakte de schaar en knipte me los. 
Waar ik dezelfde avond nog hyperventilerend naar hem gebeld zou hebben, stuurde hij pas twee dagen later doodgemoedereerd een sms'je. Waar ik zo snel mogelijk gepoogd zou hebben het contact te herstellen, laat hij nu al twee weken niets van zich horen. 
Eén keer zag ik hem op Skype verschijnen. Mijn hart klopte enthousiast, ik wachtte hoopvol enkele seconden... en hij belde niet. Het was niet met mij dat hij wilde praten. 
Ik laat me niet graag vrijwillig confronteren met mijn insignificantie in zijn leven, dus ik zag geen andere optie dan hem ook van Skype te verwijderen. 

Hoewel ik er rotsvast van overtuigd ben dat ik van ons twee het snelst het gelukkigst worden zal, word ik ongelooflijk hard aangetrokken tot het soort muziek dat mijn melancholie op een piëdestal zet, zodat ik het beminnen en koesteren kan.

woensdag 16 maart 2016

Kattenkribbels

"Waar is de poes?!" Ik storm de living in, net niet springend van geluk omdat ons gezin eindelijk, EINDELIJK vervolledigd wordt met een poesje. Onze papegaai, Punkie, was enkele jaren daarvoor in eenzaamheid gestorven en sindsdien was ons huis beestjesloos, omdat mijn onbegrijpelijke moeder er 'niet voor was'. Het gebrek aan huiselijke diertjes compenseerde ik door me te verdiepen in de enigen die voor mij beschikbaar waren: de insecten in de tuin. 


Ik aaide rupsen, stopte ze in doosjes, nam ze mee op boerderijvakantie en liet hun ontpopte coconnen het vrije luchtruim in fladderen. Met mijn vlindernet graaide ik vlinders en vliegen uit de lucht - de ene liet ik ogenblikkelijk weer vrij, de andere verloor een vleugel en meestal ook zijn leven. Alle kruisspinnen in mijn tuintje waren wonderlijk obees. Ik verzamelde de slakken met de mooiste huisjes en schakelde hen in voor het zeer lokale kweekprogramma - mijn moeder was zo galant om de helft van hen eens vrij te laten op een rustiek landweggetje. Met bijen en hommels had ik dan weer eerder een langeafstandsrelatie, in die zin dat ik hen vanop een afstand complimenteerde met hun chubbyness en een snel sprongetje maakte als ze opeens opstegen naar mijn kant. De verdrinkingsdood van quasi al mijn pissebedden tijdens een onweersbuitje heeft me tot tranen en zware schuldgevoelens toe bewogen.
Ik ken de grootte van een koninginnenpage, herken de rupsen die zich niet tot vlinders, maar een of andere geelbuikige vliegensoort ontpoppen en ik weet wat dit is. Wat allemaal niet wegneemt dat ik elk jaar op Werelddierendag, toen de meeste leerlingen effectief met een beestje aan kwamen zetten in de klas, enkel een foto tonen kon van Punkie. Tot vandaag. 
Mijn neefje had bergen kittens schattig, beschikbaar en tot overlast wezen te zijn in zijn tuin, wij waren met z'n allen komen kijken en mijn gezwichte moeder had de esthetische knoop doorgehakt: één vrouwtje, grijs, wit slabbetje, witte kniekousjes en een zwart neusje. Mijn oom was zo galant om de rest van de nestjes, ouders inclusief, vrij te laten op een rustiek boerderijtje. 


"De poes moest nog naar de dokter. Dus ze kon nog niet komen. Morgen dan, waarschijnlijk", antwoordt mijn vader rustig, niet eens opkijkend van zijn afwas. Mijn teleurstelling is zo groot en intens dat ik hem niet eens beleefd wil verstoppen, nee, ik gooi me zo opvallend mogelijk in de zetel, bijt mijn opkomende tranen weg en mijmer over de oneerlijkheid van het bestaan. Wie denkt dat tienjarigen geen depressieve momenten kunnen kennen, zijn hartstochtelijk verkeerd.

"Miaaaauw?"

Het klonk zo zacht, klaaglijk en vragend, en het maakte me gek van geluk. In een tel sprong ik de zetel uit, legde me op mijn buik en zag daar een klein hoopje poes verscholen.

...

Het gaat niet goed met zara. Heeft terug een attakje gehad. Kan nu totaal niets meer zien. En we moeten haar eten geven. Ze heeft vannacht in de zetel gepiest en kaka gedaan. En dat is niet van haar gewoonte. Ze is nu echt aan het uitbollen.

Ik klap mijn gsm dicht en denk na over de te nemen stappen. Toen ik nog thuis woonde, kon ik niet anders dan geconfronteerd worden met haar verval. Hoe onze poes, na jarenlang door de dierenarts steevast als 'te dik' te zijn bestempeld, zachtjesaan begon te vermageren, tot je haar ribben kon zien. Hoe ze rond de kerstdagen weigerde te eten en zichzelf zo slap als een vod voor de chauffage neervlee en ik haar achter de rug van mijn ouders om paté, tonijnsalade, boter en zoete woordjes toeschoof. Ze was er weer bovenop gekomen, dat wel, maar we wisten allemaal dat haar eerste attackje een waarschuwing was voor mijn grootste angst die je met liefde noch rede bestrijden kan. 

Ze was dertien jaar. 
Ze was versleten, blind met momenten, en mauwde van pijn en vermoeidheid als je haar zachtjes oppakte. 
Ze was jarenlang mijn beste vriend geweest. 

Wilde ik wel getuige zijn van haar laatste aftakelingen? Ik woon nu in mijn eigen huis, met enkel een jonge, gezonde, dikke wijkkat om af en toe eens binnen te lokken. Ik ben niet verplicht de nakende dood te bezoeken, nee, als ik wil blijf ik gewoon thuis en wacht daar op het definitieve belletje om dan: "Da's jammer, maar het zat er wel aan te komen" te zeggen en me er voor de rest emotioneel buiten te houden. 


Het is erger dan verwacht. Mijn bejaarde poes houdt haar hoofd melodramatisch scheef, alsof ze me bekritiseren wil voor alle foute keuzes die ik in mijn leven genomen heb. Ze kan mijn gezicht lokaliseren dankzij mijn stem, maar haar ogen zijn zo troebel dat ze me onmogelijk kan zien. Door de positie van haar hoofd lijkt ze ook geen grip meer te hebben op de oriëntering van de ruimte: ze loopt de verkeerde kanten op en botst tegen alles aan. 
Ik pak haar etensbakje, vul het en hou het voor haar hoofd. Ze eet. Is dat goed of slecht? Wordt ze beter of blijven mijn ouders een paar weken langer bezorgd over een incontinente, blinde, bejaarde kat? Ze wil naar buiten. Ik pak haar, zet haar zo comfortabel mogelijk in mijn armen en wandel zo naar buiten. Ik laat haar aan wat blaadjes en takjes ruiken en vraag haar of ze het zich herinnert. De tuin, met die ene rozenstruik en een paar buxussen. Kerstmis, met de spar waaronder ze toen binnen en nu buiten zitten kon. Veel laat ik onuitgesproken, tenslotte zijn katten minder menselijk dan sommigen van ons hopen, maar toch. Herinner je het je nog? 


Hoe ik je te vaak te veel te hard gepest heb, omdat ik zo waanzinnig veel nood had aan liefde en die liever uit jou kneep dan me te beheersen? Hoe jij je ook niet meer beheerste en naar me blies, siste, sloeg en klauwde? 
"Heb je je weer aan de poes gesneden?", vroeg Damian geregeld bij het zien van de rode strepen op mijn handen en armen. Ik wou gewoon je vriend worden. Ik heb je, en don't tell anyone, zelfs gelikt, in de hoop zo je poezelige genegenheid te winnen. 

Ik eiste van mijn ouders dat ze jou vlees zouden toestoppen tijdens het eten en het was door mijn toedoen dat je onze borden mocht uitlikken. Jarenlang heb ik overal poesjes getekend, vaak grijs-witte. Je zou kunnen stellen dat jij me cat obsessed gekregen hebt.

Herinner je nog al je slaapplekjes? Vroeger, die ene rieten stoel onder het afdak, voor de renovatie/uitbreiding van onze keuken? Het grote, ronde kussen waar je gedrogeerd tegen smakte nadat we jou de operatie lieten ondergaan waar elke dokter mij te jong voor vindt? De nestjes die we op bed van onze dekens maakten? Of jij die gewoon onder het opengegooide deken liggen ging en wij die je nergens vonden? Het opgewarmde dak, waar mijn vader ooit nog een emmer water over De Scheefkop heeft gekapt toen die jou intimideerde met zijn vervaarlijk, indringend gemauw? 

Ooit ben je in de tuin van de buren beland en dan moest mijn moeder je halen, want je kon zelf de muur niet over springen. Weet je nog? Dat je zelf in bad kon springen om daar te wachten tot iemand de kraan open zou draaien? Niet te hard, niet te zacht, nee, je moest het perfecte straaltje hebben. Hoe kieskeurig je over je eten kon zijn? Hoe moeilijk we jou aan het spelen konden krijgen? Enkel touwtjes en lasers hadden blijvend succes. Hoe je kasten, zetels en tafels rauw hebt gekrabd? Hoe er schimmen van kotsplekken op de mat achterblijven en het vertikten om te verdwijnen? Hoe mal je deed toen we je een vlooienbandje om probeerden te doen? Het leek wel alsof je er depressief van werd. Vogels heb je nooit kunnen pakken, insecten des te meer. Weet je nog hoe kwaad ik was als je op een vlinder kauwde? Hoe ik je mond opentrok en de versufte vlindersjiek buiten weer vrijliet? Hoe een ingeslikte geangelde vergissing je keel liet opzwellen? 

Herinner je je moeder nog? Je neven en nichtjes, ooms en tantes? Je broertjes? Allemaal grijs-wit, maar met een ordinair roze neus, waardoor mijn moeder hen niet wou redden. Zouden ze nog leven? Naar het schijnt, toen mijn ouders jou gingen halen, je in een kartonnen doosje stopten en onder hun snelbinder legden, wel, naar het schijnt liep een van je broertjes achter hen aan toen ze wegfietsten en jij je pootje door de gaatjes stak. Zou hij nog leven? Heb je hem gemist? 

Weet je nog dat ik achter de dood vroeg, smeekte en krijste in jouw bijzijn en jij onvermoeibaar verder at? Hoe mijn vader je ooit schopte tijdens een van zijn onbeheerste woede-aanvallen? Jij kent veel geheimen, poes. Herinner je ze nog?


Ik voel dat ze terug op de grond wilt, dus ik wandel naar binnen en zet ze neer. Ze loopt de verkeerde kant uit, dus ik begeleid haar naar haar opgeplooide handdoek voor de chauffage in de badkamer. Ze gaat direct zitten, hoofd nog steeds vijfenveertig graden in de verkeerde richting gedraaid en begint zich te wassen. Ik aai haar, ze likt me en ik, die altijd gepoogd heb zoveel mogelijk van haar gelukslikjes op mijn vingers te verzamelen, gruw ervan, alsof ze de dood zo op mij zou kunnen overbrengen. 

Dag poes. Geen definitieve dag, nu nog steeds niet, maar het sluipt dichter, elke dag dichter, en ik hoop dat je uiteindelijk onder de grote, middelste steen van ons tuintje begraven wordt, zoals we zo vaak gegrapt hebben. Geen vrees, alleen zul je niet zijn, je hebt de herinnering van een love bird en twee hamsters om je daar, tussen mijn wormen- en pissebeddenvrienden, gezelschap te houden.


Een boze poes.

donderdag 10 maart 2016

READ THIS MAIL OR U GONNA DIE IN A WEEK!

Geachte Nigeriaanse prinsen, verkopers van potentieverhogende middelen en oprecht bezorgde onbekenden die ons geestverschijningen, ongelukken en de dood willen besparen


Spammails typen is een tijdrovend karwei, dat weet u beter dan ik. Het is niet alleen belangrijk uw product zo omslachtig mogelijk aan de man te brengen, daarnaast zijn er ook die typerende kenmerken van het medium waar rekening mee gehouden dient te worden. De in de blender geworpen, verhakkelde zinsbouw, bijvoorbeeld. Het originele gebruik van hoofdletters en de wulpse creativiteit inzake spelling. De overtuigend-activerende kracht die uw mailtje uit moet stralen, zonder té choquerend, belerend of dwingend over te komen. Et cetera et cetera.
Hier komt zoveel denkwerk en originaliteit bij kijken en dan nog durft uw virtuoze creatie in een virtuele vuilnisbak te belanden.
Moedeloosheid spiert al om de hoek, klaar om uw oorspronkelijk beginnersenthousiasme hardhandig neer te beuken... het moment voor mij om me in mijn WonderWomanpakje te hijsen en jullie de helpende hand toe te reiken.

Ik heb namelijk onder mijn leerlingen de perfecte spamgenerator gevonden. Bespaar tijd voor uzelf en laat het opstellen van uw mailtjes voortaan aan hem over. 
Of u nu graag
  1. een onbestaand, defect, veel te prijzig product verkoopt;
  2. een leuke imaginaire job in de aanbieding hebt;
  3. de bloedg...mooie, Russische singles in uw buurt helpt een stabiele relatie op te bouwen;
  4. op een betrouwbare overdracht hoopt tussen uw financiën en andermans credit card-nummer;
  5. een directe fastforward wenst die nodig is om te vermijden dat het creepy meisje uit The Ring 's nachts enge selfies neemt van uw slapende ontvangers;
mijn leerling kan het allemaal feilloos! Zinnen die voor u eindeloos denkwerk vergen eer ze de perfectie bereikt hebben, schudt deze jongen moeiteloos uit zijn muis. Niet overtuigd? Bekijk dit voorbeeldje eens:

Mevrouw hebben wij dat verhaal voorbrengen van soap morgen doen

Geniaal, vindt u niet? Het zou zo het werk kunnen zijn van een of ander illegaal en perfect in te wisselen vluchtelingetje dat zijn of haar hulpkreten en verwijten jegens de Europese Stratego-maarschalken vertaalt op Google, zonder enig linguïstisch begrip te hebben van de spelregels. Perfect wat we nodig hebben, dus. Deze jongen staat garant de esthetiek en proza van de spammail te respecteren, met behoud van een kwalitatief even hoogstaand product. Hem in dienst nemen betekent uw job en/of bijverdienste op een authentieke, integere en volwaardige manier verder beleven, terwijl er meer tijd in uw dag en geld in uw zak achter blijft.

Het spreekt voor zich dat de legale reglementering inzake kinderarbeid van kracht blijft én dat de leerling contractueel-financieel onder mijn hoede staat - twee minieme kanttekeningen die volledig verwaarloosbaar zijn in vergelijking met de extravagante voordelen.

Gelieve mij bij uw ongetwijfeld opgewekte interesse zo snel mogelijk te contacteren


Hoogachtend


D.

maandag 29 februari 2016

Park Spoor Noord

"Het is koud", mompel ik stuurs tegen Michiel. Ik weet dat de temperatuur belachelijk warm is voor februari, maar de gure wind verpest mijn haar, ik twijfel aan het nut van onze relatie en dit alles kweekt een lust in mij om te zagen, te klagen en zo bommen te leggen onder andermans vrolijk humeur. Michiel merkt er natuurlijk niets van - of hij houdt zich expres van de domme. Hij beaamt wat ik net gezegd heb met een enthousiaste hoofdknik terwijl hij naar een cafeetje wijst. 
"Wat denk je, schat, even opwarmen met een drankje?" Zonder mijn antwoord - dat ik toch niet gegeven zou hebben, daar zou het niet gemeen genoeg voor zijn geweest - af te wachten, duwt hij de deur zachtjes open en stapt naar binnen. Ik volg, bereid om elk komend pietluttig detail aan te grijpen als acceptabel excuus me als een bitch te gedragen.
Het cafeetje is minuscuul. Zes compleet volzette tafeltjes aan de ene kant en de toog aan de andere, een ruimte van amper tien vierkante meter bij elkaar. Zaagpotentieel? Check. Als ik dan ook bijna struikel over een volgestouwde plastic zak van een of ander bio-wijf, moet ik moeite doen om mijn vrolijkheid te verbergen. Zoveel legitieme redenen om straks in moordend tempo Michiel wat verbale messteken uit te delen. Jis. Ik hijs me op een barkrukje en bekijk het menu, dat met krijt op de muur geschreven staat. 
"Oh, kijk eens aan, ze serveren hier ook cocktails. En smoothies. Wat wil jij drinken? Reuzegoedkoop allemaal." Ik kijk Michiel zo koud mogelijk aan en mompel, overdreven articulerend om mijn punt kracht bij te zetten, dat zoiets te verwachten valt in een afgelegen, klein duivenkot als dit. Hij besluit de til te verdedigen. Big mistake, buddy. 
"Valt wel mee? Ja, da's waar, ik ben gewoon om café's half-struikelend binnen te wandelen", grijns ik hem zweemzoet toe. Zijn antwoord lijkt me niet de moeite om af te wachten en prompt richt ik mijn ogen naar de zak die daarjuist opeens voor mijn voeten stond. Er zit een ouderwetse, spinaziegroene weegschaal in, enkele kledingstukken en een ijzeren doos, beplakt met papier. Het bio-wijf zit jong, mooi en energiek te keuvelen tegen een meisje dat eveneens de kleren van haar grootmoeder ontdekt heeft. 
"...andaag rommelmarkt, hier, in Park Spoor Noord." 
Ik negeer de laatste woorden die ik van Michiels volkomen oninteressante zin opgepikt heb en richt mijn aandacht nu volledig op de kelner. Hij verdrinkt duidelijk in het werk. Heel alleen springt hij van de kassa naar de shakes naar de afwas naar de kassa naar de tafels naar de afwas naar het magazijn naar de blender... Je ziet het zweet dan wel net niet van zijn gezicht stromen, zijn ogen staan groot van de stress. Arme druts. "Het is te hopen dat die jongen deftig betaald wordt voor het werk dat hij hier verricht, al is dat van zo'n tent te betwijfelen", smijt ik Michiel toe, alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor het loon en het lot van die jongen. 
Hij kijkt me aan met zijn grote, kalme ogen en ik moet me wel afwenden als ik er niet door geraakt wil worden. Me laten raken betekent uit mijn rol als überbitch vallen betekent emotioneel worden betekent open staan om gekwetst te worden. No thanks. 
Ik staar wat in het rond en ben de kelner dankbaar als zijn blik de mijne kruist en ik mijn bestelling kan plaatsen - een stukje niemandsland waar het gevecht sowieso gestaakt dient te worden. Ik ga voor de 'wakey wakey', een smoothie met gember en citroen. Mijn ogen blijven op de ober plakken wanneer hij zich naar Michiel richt, maar als deze antwoordt met: "Enkel een rietje voor mij", ben ik zo van slag dat ik Michiel wel moet aankijken. Een rietje. Samen uit één glas drinken. Romantisch zijn. De lul.
Hij pakt mijn hand in het zijne en ik voel me al emotioneel worden. Verdomme. 
"Schat", fluistert hij zo liefdevol mogelijk naar me toe. "Schat, ik weet dat je twijfelt. Maar alsjeblieft, ik hou van u en de kinderen. Denk daaraan. Weet je nog hoeveel maanden het duurde eer ze me begonnen vertrouwen? Alle moeite die het ons gekost heeft? Alsjeblieft, vergal dat nu niet voor enkele twij..." 
Met een luide, schelle knal valt het onderste gedeelte van een glazen fles vlierbloesemsiroop in stukken op de grond, terwijl de verbaasde kelner, zijn hand half in de schudbeweging bevroren, met open mond staart naar de flessenhals die in zijn vuist is achtergebleven. Thank god, uitstel van executie. Iedereen is oprecht verbaasd - ook Michiel kijkt met grote ogen naar de knoeiboel - en ik vraag me af of ik hem moet liefhebben of haten omdat hij over de kinderen begint. Ja, het is waar, het heeft lang geduurd eer hij geaccepteerd werd. Zeker voor Cédric. Louïse beziet hem ook niet als een echte vader - zoiets verwacht ik ook niet op een jaartje tijd - maar zij aanvaardde zijn aanwezigheid en autoriteit met meer gemak. Nu zijn ze beiden dol op hem en begin ik aan alles te twijfelen. Is het liefde, waarvoor hij hen als argument betrekt? Of is het een berekende keuze om mij schuldgevoelens aan te praten? 
De kelner heeft de troep opgeruimd, onze smoothie geshaket en geserveerd en ik en Michiel, die vriendelijke, goedlachse, grote, maar ietwat boerse en simpele man bij wie ik wil blijven en van weggaan om bepaalde, variërende redenen, staren elkaar in gespannen stilte aan. Ik vertraag mijn antwoord door enkele rietjesteugen te nemen van ons drankje. Ondanks alles smaakt het verdomd lekker.
"Luister, Michiel, ik begr..." 
Mijn gsm rinkelt. 
"Sorry", knik ik Michiel toe, terwijl ik opgelucht mijn gsm tegen mijn oor druk. 
"Mama?!" Louïse schreeuwt het zo hard uit dat mijn hart spontaan samentrekt van angst. Voor ik kan antwoorden gilt ze, en aan haar stem hoor ik dat ze gehuild heeft, dat ze bang is, dat er iets ergs is gebeurd en dat ze mij nu nodig heeft en ik voel me misselijk worden voor wat komen gaat. "Mamaaa! Mamaa, Cédric is van de trap gevallen, we waren aan het spelen, hij duwde mij en ik hem en het was een ongeluk, mama, maar hij viel! Hij viel van de trap! Ik, ik wou niet, het was een ongeluk, maar hij viel en hij gilde, en nu zegt hij niets meer. Hij ligt onder aan de trap en zegt niets meer. Oh, mama, het spijt me zo!" Iemand anders in mij gaf Louïse antwoord, bleef aan de telefoon, bracht Michiel ertoe de ambulance te bellen en stapte samen met hem de auto in, op weg naar huis.

"Iemand vond zijn drankje precies niet lekker." Ik wijs met een hoofdknik naar de groene smoothie die vergeten op de toog staakt, vergezeld van twee eenzame rietjes.
"Precies", antwoordt Hanne suffig. We hebben meer tijd op de rommelmarkt gespendeerd dan goed voor ons was. De duidelijk gestresseerde kelner brengt ons onze drankjes, waarvan het mijne heel hard lijkt op de eenzaat op de toog.
"Dat begrijp ik nooit, dat mensen een drankje kopen en er zo weinig van drinken. Geld te veel?"
"Mja. Zouden wij het opdrinken?"
"Daar dacht ik dus ook al aan. Kom, schuif het naar hier." Ik verwisselde de rietjes en Hanne deponeerde er enkele van haar ijsblokjes in. 

Het was een verdomd lekker drankje.

vrijdag 19 februari 2016

Let's talk about love: Habibi - deel 2

Wat ik verwacht had:

  1. Het is uit tussen William en mij. Deze zondag spreek ik af met Damian en we zullen wel iets vinden, waarschijnlijk geen happily ever after, maar iets... doenbaar.
  2. Het is uit tussen Helemaal Geen Rebound en Damian. Een kwestie van minuten, meer niet, en dan zal mijn gsm the song of its people zingen, zal Skype uit het verdomhoekje ontwaken om de symfonie aan te vullen en zal mijn vernieuwde virtuele vriendschap beklemtoond worden door een bas aan berichten. Die kakofonie der hypermoderne geluiden zal eindigen wanneer Damian mij krachtig teder tegen zich aandrukt en me fluisterend zijn onsterfelijke liefde voor mij bezweert met enkele clichés. 

Wat er gebeurde:

Niets van wat ik verwacht had. Oké, misschien hadden mijn verwachtingen hun talenten beter ontplooid kunnen hebben als ze in embryonale fase gesolliciteerd hadden voor een job in het hoofd van een soapdirector in plaats van in het mijne, feit is dat elke mens het waagt af en toe z'n meest naïeve roze bril op te zetten, n'est-ce pas? Zelfs de meest rationele nihilist verzaakt soms aan haar ideologie - en dat de realiteit dan met kracht de schonen rozen ge-eenhoornde glitterbril van haar hoofd durft te meppen, nou ja, dat vind ik toch wel behoorlijk bot. 


In werkelijkheid kwam de mep heel langzaam en onopgemerkt voorspelbaar aangeslopen.


Damian had het niet uitgemaakt met zijn rebound toen hij geüpdatet was over mijn gevoelens. Hij kwam als hernieuwde vrijgezel niet onmiddellijk met open armen naar me toe gesneld. Mijn gsm lag nerveus stilletjes op hem te wachten. Skype draaide zich loom op haar zij en sliep verder. Geen enkel bericht op Facebook van mijn nieuwste oudste vriend. Uiteindelijk kon ik de zelf opgebouwde spanning niet meer aan en werd de zender van het bericht dat ik mijns inziens ontvangen had moeten hebben. Ik trof de voorbereidselen voor een afspraak, die hij de dag zelf cancelde en verplaatste naar de volgende avond. Idem dito de week erna. Op onze afspraak was alles leuk en fijn en gezellig en tof en de kern van de zaak bleef onuitgesproken. Er werd liefgehad, zonder relationele garanties. Hij was niet op zoek naar een lief terwijl hij Tinderdates bleef organiseren. Hij hield van mij en zou me elk moment opzij kunnen schuiven. Hij vond een open relatie een acceptabel en onuitvoerbaar idee.

Uiteindelijk zou dat laatste De Grote Reden blijken te zijn om op een modderige avond in het stadspark mijn roze bril van mijn oren te laten meppen en mijn herontdekte enthousiasme (en samenhorende startende moedeloosheid) te temperen.


Hij houdt van me, maar hij wacht en hoopt op een mono-amoureus keerpunt van mijnentwege.
Ik hou van hem, maar ik wacht en hoop op een poly-amoureus keerpunt van zijnentwege.


Zo zorgen enkele Latijnse (Griekse?) begrippen ervoor dat we gelukkig aanmodderen met elkaar. Gelukkig, ja, dat wel. We praten en zwanzen en lachen en luisteren en vreten en vrijen en kijken naar makkelijk verteerbare series en we zijn ons allebei bewust van onze eigen onmacht onvoorwaardelijk van de ander te houden.

Misschien starten we ooit weer een relatie.

Met elkaar.
Met een ander.
Met anderen.

Who knows?


De toekomst zet haar beste pokerface op, houdt haar kaarten strak in de hand en ik en Damian pokeren vrolijk mee. Wat we konden verliezen zijn we immers al kwijt, nu valt er enkel een onverwacht uurtje geluk te winnen.